23-04-14

Hoe druk het was bij Artur Mas

 Een goed idee van de Catalaanse regering, om met Sant Jordi open huis te houden. Alleen was de rij bij het Palau de Generalitat wel erg lang:
De rij wachtenden in Carrer de Sant Honorat.....................en om de hoek in Carrer de Sant Sever.

Gelukkig hadden Artur Mas en de zijnen zelf al wat mooie plaatjes gemaakt. En, geen mens te zien!


Volgend jaar op 23 april een nieuwe poging.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

22-04-14

De tragische Sant Jordi van de Ramblas

 
Nog één dag en dan is het Sant Jordi, feest van rozen en boeken. In Barcelona vormen de Ramblas het magische middelpunt. Hier signeren bekende en niet-zo bekende Catalaanse schrijvers. Sommigen lezen voor uit hun laatste meesterwerken. De meer sfeergevoeligen kiezen uiteraard een sappige liefdespassage,  want Sant Jordi is immers de Catalaanse Valentijn.

De Ramblas zijn een passend decor, want de liefdesgeschiedenissen liggen er voor het oprapen. Een van de beroemdste is dat van Felipe Manuel d’Amat (1707-1782). Deze Catalaanse militair werd in 1755 door de Spaanse kroon naar de Amerikaanse koloniën gezonden. Eerst was hij gouverneur van Chili, later werd hij onderkoning van Peru.


Amat was een standaard foute man, die zowel de Amerikaanse natives als zijn Spaanse ondergeschikten slecht behandelde en voor de Kroon bestemd goud in eigen zak stak. Tussen alle slechtheden door had hij nog tijd over voor een turbulent liefdesleven. Zijn bekendste verovering was Micaela Villegas, een Peruaanse actrice die onder de naam La Perricholi furore had gemaakt. Hun relatie inspireerde Jacques Offenbach later tot zijn operette La Périchole  (1868), het verhaal van een arme straatzangeres en haar wellustige minnaar, onderkoning Don Andrès de Ribeira.

Heimwee
Ook slechte mensen hebben wel eens heimwee. In 1767 kocht Amat met zijn deels gestolen kapitaal een lap grond aan de Ramblas en liet daar een paleis bouwen. Hij zag het niet eerder dan eind oktober 1777, toen hij terugkeerde in Barcelona, inmiddels zeventig jaar oud.  Weer twee jaar later wilde Amat een neef laten trouwen met Marisca Fivaller y Bru. De bruid sleet tot dan toe haar dagen in een klooster aan de carrer de Jonqueres en telde vierentwintig lentes.


Onbekend is hoe oud de bruidegom was, maar vaststaat dat hij verstek liet gaan op zijn eigen bruiloft. Waarop zijn beschaamde oom de volgende woorden stamelde: “Mevrouw, als ik niet zo oud was, zou ík u om uw hand vragen.”
“Ouder dan u zijn de muren en de hekken van mijn klooster, en die verdraag ik met vreugde”, antwoordde Marisca met zwier.
“Dus u wilt met mij trouwen”, concludeerde de grijsaard daarop.
“Waarom niet”, sprak Marisca, met een glimlach om de bevallige mond.

Felipe Manuel d’Amat
 Eind goed, al goed? Nee, één edelmoedige daad (of ging het toch om louter wellust?) maakt geen duizend slechtheden goed. De Spaanse Kroon bleef haar corrupte dienaar tot diens dood toe achtervolgen met processen. Amats einde kwam overigens al snel, op 14 juni 1782. Volgens sommigen zou hij, de rechtszaken moe, zelfmoord hebben gepleegd, maar bewijzen daarvoor ontbreken.

'Ouder dan u zijn de muren en de hekken van mijn klooster, en die verdraag ik met vreugde'

De jonge weduwe bleef tot haar vroege dood in 1791 wonen in het paleis, dat voortaan het Palau de la Virreina werd genoemd, het Paleis van de Onderkoningin.





Het Palau de la Virreina aan de Rambla de Sant Josep.



Het volledige programma van Sant Jordi 2014 vind je hier. Niet te missen: de open dagen van het stadhuis en het regeringsgebouw (Palau de Generalitat), beide aan het Plaça de Sant Jaume, hartje oude centrum.








BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

07-04-14

De bloedige geschiedenis van de Catalaanse vlag


Eerder hadden we het hier over de estelada, de Catalaans onafhankelijkheidsvlag. Maar de senyera, de officiële vlag van Catalonië, hoe is die ontstaan?
Vraag het een beetje Catalaan en hij of zij vertelt je het verhaal van Guifré el Pílos, oftewel Wilfried de Harige (circa 840-897). Deze graaf van Barcelona sloot ergens eind negende eeuw een bondgenootschap met Karel de Kale, kleinzoon van Karel de Grote en machthebber in het Frankische land, aan de andere kant van de Pyreneeën. Doel: gezamenlijk de Moren achter die hoge bergen houden.

Goudkleurig schild
De Harige en de Kale gaan de Moren te lijf. Aanvankelijk gaat dat lekker. Dan, een aantal veldslagen verder, raakt Wilfried dodelijk gewond tijdens de strijd. Daar ligt de stoere Catalaan, op zijn veldbed in de grafelijke tent, bloedend uit vele wonden. Naast zich zijn goudkleurige schild. Dit gaat helemaal fout, denkt Karel, zijn gewonde kompaan ziende. Dit veldbed word Wildfrieds sterfbed! Aangedaan en ook dankbaar - het bondgenootschap was immers vooral in zijn belang – steekt Karel vier vingers in de bloedende wonden van Wilfried en haalt deze vervolgens over diens schild.

Voilà, zie hier het wapen van het Huis van Barcelona, dat door de tijd heen de vlag wordt van heel Catalonië.


Fantasierijk
Een mooie legende, voor het eerst rond 1180 opgeschreven, door de monniken van het klooster Santa Maria de Ripoll in in hun La Gesta Comitum Barchinonensium
Toen nog met Lodewijk de Vrome (814-840) in rol van zijn zoon Karel de Kale. Op een gegeven moment vonden zelfs de meest fantasierijke Catalaanse kroniekschrijvers dit te gortig. Wilfried werd immers pas rond Lodewijks sterfjaar geboren. Dus moest Lodewijk plaats maken voor Karel. Totdat iemand de moeite nam ook diens geboorte-en sterfjaar te checken: 823 en 877.
Tja.
Naar het schijnt zijn er sinds deze ‘ontdekking’ zelfs versies van het verhaal waarin de arme Wilfried maar zelf de hand in eigen wonden steekt.


De eerste geschreven versie van de legende
De beste tip voor aspirant-chroniqueurs luidt: houd dateringen vaag. ‘Ergens eind negende eeuw’, zoals in bovenstaande versie van het senyera-verhaal, is nauwkeurig genoeg. Want voor je weet, ga je de mist in. Zoals die ene kroniekschrijver die het gebeuren liet plaatsvinden in het jaar 903; jaren na de dood van beide hoofdrolspelers.
Tip voor aspirant-chroniqueurs: houd dateringen vaag

De werkelijke ontstaansgeschiedenis van de senyera is overigens minstens even duister - daarover een andere keer. En dan vinden we dezelfde strepen en kleuren ook nog eens terug in onder meer de Spaanse regio´s Valencia en Aragón. U begrijpt: “Onze vlag is de originele”, klinkt het alom.






BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

03-04-14

Het huis van de alchemist

Na het huis van de beul nog een post over een bijzondere woning in Barcelona:

In de Call, de joodse buurt van Barcelona, zat op de hoek van de carrer de Sant Sever en de carrer de Sant Domenec de Call ooit de Hebreeuwse universiteit, zo wil de traditie. In 1186 moet hier een groot internationaal astrologencongres hebben plaatsgevonden. Ene rabbi Ezra stal de show met een boude voorspelling: nog datzelfde jaar zou de wereld vergaan.
Een beetje dom, deze stellige uitspraak over de zeer nabije toekomst. Een paar maanden later was de rabbi dan ook het lachertje van de dag.

Ruim twee eeuwen later kreeg rabbi Ezra alsnog gelijk. Nou, een béétje dan, want in 1391 verging niet de wereld, maar de Call. Begin augustus dat jaar bestormden de christenen van Barcelona de buurt van hun joodse stadgenoten. Driehonderd joden werden gedood, hun bezittingen werden vernield. De overige joden vluchtten, hun woningen (of wat daarvan over was) vielen in christelijke handen. 



Aan de carrer de l’Arc de Sant Ramon del Call woonde in 1391 de lakenwever Jucef Bonhiac. Ook Jucef en zijn huis werden slachtoffers van de christelijke agressie. Een verdieping van het huis werd totaal verwoest. Van de man zelf restte niets. Of hij werd vermoord of dat hij is gevlucht, de annalen melden er niets over.


Met Jucef verdween de tot nu toe laatste bewoner van het huis op nummer 8. Eerst stond het pand meer dan twee eeuwen leeg. Later deed het dienst als verhoogde binnentuin van een paleis, als opslagplaats en ten slotte als garage. Dan zijn we al in de tweede helft van de vorige eeuw beland.

Liefdesgeschiedenis

Zo veel eeuwen onbewoond zijn is voer voor verhalen. Een tragische liefdesgeschiedenis in dit geval. Met in de rol van Jucef een eerbiedwaardige alchemist. Op een dag wordt deze benaderd door een christen. Maak voor mij een vruchtbaarheidsdrank, luidt de opdracht van de bronstige man. De alchemist bereidt een potent liefdeselixer. Succes verzekerd. Binnen geen tijd is de geliefde van de christen dan ook zwanger. Er is slechts één probleem, ontdekt de alchemist: de aanstaande moeder is zijn dochter.



Voor hij afreist spreekt hij een vervloeking uit over de plaats des onheils
Woedend en overmand door schaamte besluit de alchemist zijn praktijk op te heffen en te vertrekken naar verre oorden. Voor hij afreist spreekt hij nog snel een vervloeking uit over de plaats des onheils: het huis zal voor altijd onbewoond blijven.

La Casa de l’Alquimista luidt de naam in de volksmond. Sinds 2008 zit in het fors verbouwde pand het Call-informatiecentrum van het Historisch Museum van de stad. 


De suppoosten gaan elke avond naar huis.


In het Centre d'interpretació del Call vind je veel informatie over de geschiedenis van de Call en het leven van de joodse Barcelonezen daar. De ingang is aan het Placeta de Manuel Ribé. ´s Maandags gesloten
.

Ontdek de geschiedenis van 37 plekken in de Call via deze handige app.


BCN BITES - ga voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië naar onze Facebook pagina!

31-03-14

Hoe de beul van Barcelona aan zijn huis kwam

Niemand die zo impopulair was in het middeleeuwse Barcelona als de beul. Uiteraard onder de terdoodveroordeelden, maar ook vrije burgers meden hem als de pest. De man aanraken was er niet bij. Kleermakers weigerden dan ook om de beul een fatsoenlijk pak aan te meten. Reden waarom deze gedwongen was gekleed te gaan in een jutte zak die om de middel was vastgebonden.

En waar moest deze ongewenste gast wonen? Het stadsbestuur vond de oplossing van dit heikele vraagstuk tijdens een emotionele vergadering:

“De beul moet buiten de stadsmuren wonen”, opperde een raadslid. “Zijn werk is weliswaar nodig, maar om een officieel beroep gaat het niet. Geen enkel gilde-lid wil de beul als buurman.”
“Alle steden moeten hun burgers huisvesten en beschermen”, sprak een ander. “Het is Barcelona onwaardig om een burger die voor de stad werkt te dwingen buiten de muren te wonen.”



Kleermakers weigerden om de beul een fatsoenlijk pak aan te meten
Verhitte discussie
Een verhitte discussie barstte los, die pas eindigde toen een van de oudste raadsleden het woord vroeg.
“De beul”, zo zei de grijsaard, “kan niet binnen de stadmuren leven, omdat zijn werk niet geliefd is bij de burgers, nietwaar?”
Alle aanwezigen beaamden dit.
“En”, ging het raadslid verder, “buiten de stadsmuren leven kan hij evenmin, omdat Barcelona iemand die voor de stad werkt niet kan weren. Toch?”
Ook hier was iedereen het mee eens.
“Dan lijkt mij de oplossing simpel”, concludeerde de man, met twinkelende pretoogjes. “De beul gaat in de muur wonen.”
“Een briljant plan”, juichte het gezelschap in koor. De volgende dag al werd met de uitvoering begonnen.



En zo komt het we dat op het Plaça del Rei, tussen de Santa Àgata kapel en het historisch museum van de stad nu een groot raam zien. Ooit zat hier een deur; de toegang tot het huis van de beul.


















BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

30-03-14

Het verhaal van Bernardo - Hoe Israël niet alleen de Catalaanse natie, maar ook de Catalaanse religie erkende


Bernardo was born in Barcelona, Catalonia, in 1924. Years later he would be called Dov. Bernardo's mother, like Shulek's mother, was a religious woman her entire life, although she attended a church rather than a synagogue. His father, however, had early on abandoned any intensive preoccupation with the soul and, like many other metalworkers in rebellious Barcelona, become an anarchist. At the beginning of the Spanish Civil War, the anarcho-syndicalist cooperatives supported the young leftist republic and for a while actually ruled
Barcelona. But the right-wing, Francoist forces soon reached the city, and young Bernardo fought alongside his father in the final retreat from its streets.

Bernardo's conscription into Franco's military, a few years after the end of the Civil War, did not soften his feelings about the new regime. As an armed soldier in 1944, he deserted to the Pyrenees, where he helped other opponents
of the regime cross the border. Meanwhile he waited eagerly for the American
forces to arrive and bring down the cruel ally of Mussolini and Hitler. To his
dismay, the democratic liberators did not even try. Bernardo had no choice
but to cross the border himself and become a stateless person. He worked as a
miner in France, then stowed away on a ship in hope of reaching Mexico. But
he was caught in New York and sent back to Europe in shackles.


Thus in 1948 he, too, was in Marseilles, working in one of the shipyards.
One evening in May, he met a group of enthusiastic young men in a dockside café. The young metalworker, still dreaming of the human beauty of Barcelona's revolutionary cooperatives, became convinced that the kibbutz in the new
state of Israel was their natural successor. Without the slightest connection to Judaism or Zionism, he boarded an immigrant ship, arrived in Haifa and was promptly sent to the battlefront in the valley of Latrun. Many of his companions
fell during combat, but he survived and immediately joined a kibbutz, just as he had dreamed of doing that spring day in Marseilles. There he met the woman of his life. Along with several other couples, they were married by a rabbi in a speedy ritual. In those days, the rabbis were still happy to provide this service and asked no superfluous questions.




The Ministry of the Interior soon discovered that a serious error had been made: Bernardo, now known as Dov, was not a Jew. Although the marriage wasnot annulled, Dov was summoned to a formal meeting to clarify his true identity.
In the government office to which he was directed sat an official wearing a large
black skullcap. At that time, the religious-Zionist party Mizrahi, which ran the Ministry of the Interior, was cautious and hesitant. It was not yet insistent about "national" territories or the politics of identity exclusion.
The exchange between the two men went more or less as follows:
"You are not a Jew, sir," said the official.
"I never said I was," replied Dov.
"We shall have to change your registration," the official said casually.
"No problem," Dov agreed. "Go right ahead."
"What is your nationality?"
"Israeli?" Dov suggested.
"There is no such thing," stated the official.
"Why?"
"Because there is no Israeli national identity," the ministry official said
with a sigh. "Where were you born?"


"In Barcelona."
"Then we'll write 'nationality: Spanish.' "
"But I'm not Spanish. I'm a Catalan, and I refuse to be categorized as
Spanish. That's what my father and I fought about in the 1930s."
The official scratched his head. He knew no history, but he did respect
people. "So we'll put 'nationality: Catalan.' "
"Very good!" said Dov.
Thus Israel became the first country in the world to officially recognize the
Catalan nationality.
"Now, sir, what is your religion?"
"I'm a secular atheist."
"I can't write 'atheist.' The State of Israel does not recognize such a cate-
gory. What was your mother's religion?"
"The last time I saw her, she was still a Catholic."
"Then I shall write 'religion: Christian,' " the official said, relieved.
But Dov, normally a calm man, was growing impatient. "I won't carry an
identity card that says I'm a Christian. It's not only opposed to my principles; it
offends the memory of my father, who was an anarchist and set fire to churches
in the Civil War."
The official scratched his head some more, weighed the options, and found
a solution. Dov left the ministry office with a blue identity card that declared
both his nationality and his religion to be Catalan.

Uit: Shlomo Sand - The Invention of The Jewish People. Verso, 2009.
Bron: Cataloniawatch
Illustraties uit de Rylands Haggadah, Catalonië, circa 1330.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

De porno-stranden van Barcelona


De stranden van Barcelona worden klaargemaakt voor het nieuwe badseizoen, met naar verwachting vier miljoen gasten. Tijd voor een ode aan Araceli Castro, Koningin van de Spaanse stranden. De bevallige Araceli won deze titel in de zomer van 1934, tijdens een wedstrijd georganiseerd door het Madrileense weekblad Crónica. Op het strand van Barceloneta versloeg de Tarragonese zo’n honderd mededingsters overtuigend. Een heuse kroon en duizend peseta’s waren haar deel, prijzen die ze vreemd genoeg pas in januari 1935 kreeg uitgereikt, in het Casino de San Sebastián van Barceloneta.

Wat de dames droegen, toen in 1934, twaalf jaar vóór Louis Réard de bikini uitvond? Een ruw prototype van deze briljante Franse vinding. Een latex combinatie bestaande uit een bovenstuk dat een deel van de buste vrijliet en een broekje, zeg maar gerust broek.
  
Heidendom
Te bloot voor het gezag. In mei 1935 verboden de Republikeins autoriteiten het dragen van dergelijke gewaagde combinaties. Dat was niet genoeg voor bisschop Manuel Irurita van Barcelona. In een bisschoppelijk rondschrijven van 12 juli 1936 trok hij van leer:
‘Tussen de gevaren van het vakantieseizoen is niet het minste dat van de stranden, waar immoraliteit en heidendom jaar na jaar groeien, zelfs in die mate dat fatsoenlijke mensen moeten afzien van de voordelen die de stranden bieden voor de gezondheid van het lichaam. Vanaf 1930, geliefde kinderen, overstroomt deze golf van pornografie onze mooie stranden, waaraan we minstens een deel van de oorzaak kunnen toeschrijven van de vreselijke kwaden waaronder we lijden.’


'Vanaf 1930, geliefde kinderen, overstroomt deze golf van pornografie onze mooie stranden'












En dat precies één week voor het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog. Een vreselijk kwaad waarin Irurita’s ‘geliefde kinderen’ (van beide partijen) héél andere zorgen hadden.
Begin 1939, vlak voor het einde van die oorlog, verdween de bisschop op geheimzinnige wijze. Araceli Castro’s ster was al eerder uitgedoofd. Crónica haalde zijn strandkoningin begin 1935 naar Madrid voor een uitgebreide fotoshoot in de lokale zwembaden. Het nummer met de foto´s  - boven een van de opnamen - moest op 14 juli verschijnen, maar kwam niet door de Republikeinse censuur. 

Veel later, in 1959, was ene Pedro Zaragoza Orts burgemeester van Benidorm. Op eigen houtje gaf Zaragoza toestemming voor het dragen van bikini´s op de gemeentelijke stranden. Tot woede van de katholieke kerk en zonder goedkeuring van de even katholieke dictator Franco. Waarop Pedro op zijn Vespa stapte, naar Madrid tufte (een tochtje van negen uur) en daar belet vroeg bij Franco. De Caudillo gaf hem zijn zegen, onder de indruk van de burgervaderlijke monsterrit en beneveld door economische vergezichten. Even later verschenen in Benidorm de eerste torenflats. Het Spaanse massatoerisme was begonnen.
Barceloneta, circa 1930.


 BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

27-03-14

De Catalaanse onafhankelijkheidsvlag komt uit China

Tijdens onze wandeltours en fietstours krijgen we vaak de vraag: hoe zit het precies met al die vlaggen die je in stad ziet?

 De goudgele vlag met de vier rode strepen is de senyera, de officiële Catalaanse vlag.  Dan zijn er twee onafhankelijkheidsvlaggen. De oudste stamt uit 1908. Geïnspireerd door de vlag van de piepjonge (1902) republiek Cuba, ontwierp de Catalaanse separatist Vicenç Albert Ballester toen de blauwe estelada (estel is Catalaans voor ster). Het blauw van de driehoek symboliseert de mensheid, het wit van de ster de vrijheid.

De onafhankelijkheidsvlag was meestentijds verboden door de Spaanse autoriteiten. Haar eerste officiële optreden was pas op 14 april 1931, toen Francesc Macià de Catalaanse Republiek uitriep. Onder hevige druk van de voorlopige Republikeinse regering deed Macià drie dagen later een forse stap terug: Catalonië kreeg een eigen regeringsapparaat (de Generalitat), maar binnen de Spaanse staat.

Bourgeois-nationalisme
De Franco-tijd betekende opnieuw een ondergronds bestaan. Wel kreeg de blauwe
onafhankelijkheidsvlag in 1968 gezelschap van de rode estelada; de vlag van de socialistische bevrijdingspartij PSAN, die zich op deze manier wilde onderscheiden van het ‘bourgeois nationalisme’. Dit onderscheid is tegenwoordig grotendeels vervaagd, al is de blauwe estelada veruit het populairst. Zo populair zelfs, datvoor de productie is uitgeweken naar het goedkope China.
 Voor de productie is uitgeweken naar het goedkope China
De grootste Catalaanse distribiteur van de estelada heet Productes de la Tierra. Producten van het Land, maar ‘Made in China’ dus.
Uiteindelijk is de estelada voor de onafhankelijkheidsbeweging slechts een tijdelijk symbool. Zodra de eigen staat een feit is, gaan driehoeken en sterren de kast in en rest er één vlag: de senyera.





BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!