20-01-15

We hebben de 600!






Pelotilla (Balletje)  noemden sommige Spanjaarden hem spottend.  Of 'haar' liever, want voor de meesten was de SEAT 600 een lief, schattig dametje, 'Seílla' of 'Seíta' genaamd.

Honderdduizenden exemplaren bouwde de Sociedad Española Automóviles de Turismo (SEAT) tussen 1957 en 1973 van wat voor de meeste Spanjaarden hun eerste auto was. Ya tenemos 600! (We hebben de 600!) was in die jaren een gevleugelde kreet. Op 20 januari 1965, vandaag precies vijftig jaar geleden, rolde de SEAT 600 met nummerplaat B 400.000 van de productielijn.

Ook in de jaren zestig had Barcelona al een parkeerprobleem. Hier een SEAT 600 in de etalage van een winkel  aan de Carrer Grau, december 1964.  (Foto: Europapress/AFB)

We hebben de 600!


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

19-01-15

De Dode Stad die Barcelona heet - Ciutat Morta ongecensureerd

Patricia Heras was vrouw, schreef gedichten en leek op Cindi Lauper.  Dat laatste werd haar fataal.  Patricia werd tot drie jaar cel veroordeeld voor haar vermeende betrokkenheid bij de moord op een politieagent in Barcelona. Op  26 april 2011 pleegde ze zelfmoord.
De documentaire Ciutat Morta (Dode stad) over de zaak was afgelopen weekend te zien op de Catalaanse televisie, in een gecensureerde versie.
Dit is de volledige documentaire, met Engelse ondertiteling.





Hieronder nog eens apart het fragment dat op last van een rechter in Barcelona uit de documentaire werd geknipt.  De opnamen, waarin Víctor Gibanel, voormalig hoofd informatie van de Guàrdia Urbana (degemeentepolitie van Barcelona) wordt ondervraagd, zou volgens de rechter mogelijk Gibanels ‘persoonlijke eer’ kunnen schaden, evenals diens ‘ persoonlijke en familiare levenssfeer’ en ‘imago’.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

26-12-14

De tien meest universele kunstwerken van Barcelona - volgens de Barcelonezen zelf (5)

Welke tien openbare kunstwerken  in Barcelona zijn het meest universeel? Dat wilde de organisatie Capital de la Cultura Catalana weten. Meer dan 7000 Barcelonezen mailden hun favorieten. Vandaag de laatste van een serie posts: de top vijf.

5. Josep Llimona - Monument Al Doctor Robert (1910). Plaça de Tetuan


Over de avonturen van de rebelse burgemeester Bartomeu Robert y Yarzábal en zijn monument schreven wij eerder op deze blog.


4. Antoni Tàpies - Homenatge a Picasso (1983). Passeig de Picasso


Pablo Picasso leefde tussen 1895 en 1904 in Barcelona. Het waren de hoogtijdagen van Modernisme en Textiel – de stad telde rond 1900 maar liefst 742 textielfabrieken. Tàpies laat Picasso´s Barcelona zien via een modernistisch ensemble Cubist style - is het een spiegel, sofa, kast of dit alles tegelijk? - bij elkaar gehouden door touwen en lakens.

3. Joan Miró – Dona i ocell (1983). Parc de Joan Miró



Vijfentwintig beelden van Miró (1883-1983) had diens park moeten krijgen, maar het is door de 'vroegtijdige'  dood van de kunstenaar gebleven bij Vrouw en Vogel. Miro´s vogelvrouw is eigenlijk een gigantische, 22 meter grote penis (uniseks, dat wel, want voorzien van een vulva), maar daar hoor je nooit iemand over, in de stad van de prominent aanwezige reuzendildo Torre Agbar.

Miro´s vogelvrouw is eigenlijk een gigantische, 22 meter grote penis 

De hoorn helemaal bovenop is een verwijzing naar het de stierenslachthuis dat hier ooit stond, eindbestemming van de beesten die een paar meter verder in Les Arenes door de toreros waren gedood. De oorspronkelijke naam van het park is zelfs Parc de l’Excorxador (Park van het Slachthuis), maar die is door dat ene beeld van Miró verdrongen.


2. Josep Llimona - Desconsol (1907). Museu Nacional d’Art de Catalunya



De meeste Barcelonezen kennen ongetwijfeld slechts één van de kleinere replica´s van Verdriet, die in een vijver van het Ciutadella-park. Eigenlijk gaat het om een replica van een replica. Het marmeren exemplaar uit 1917 was in 1984 te ver heen en werd toen vervangen door een gipsen versie.

Josep Llimona  (1864-1934) was in 1893 van de oprichters van de Cercle Artístic de Sant Luc. Deze club van conservatieve katholieke kunstenaars -Gaudí was prominent lid -  zag naakt in de kunst (en misschien ook wel daarbuiten) niet zitten. Tot de eigen zeden begin 20ste eeuw wat soepeler werden en Llimona zijn verdrietige naakte vrouw kon scheppen.






1. Antoni Gaudí - El Drac (1903). Park Güell 


Op nummer 1 vinden we het beroemste lid van de Cercle Artistic de Sant Luc, Antoni Gaudí, met zijn  ‘draak die ook een salamander zou kunnen zijn’ .
Bij de creatie zou het er nogal wild aan toe zijn gegaan. De architect sprong rond op een metalen mal totdat het ding de gewenste vorm had, zo wil het verhaal.

De interpretaties over waar het beest voor staat schieten ook alle kanten op. De mythologische draak Python, beschermer van de ondergrondse waterwerken van de Delphi-tempel; een alchemistisch symbool voor vuur; een verwijzing naar het wapen van Nîmes, de stad waar Eusebi Güell zo´n fijne studietijd had...kiest u maar.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

24-12-14

De tien meest universele kunstwerken van Barcelona - volgens de Barcelonezen zelf (4)

Welke tien openbare kunstwerken  in Barcelona zijn het meest universeel? Dat wilde de organisatie Capital de la Cultura Catalana weten. Meer dan 7000 Barcelonezen mailden hun favorieten. Genoeg aanleiding voor een serie posts.  Deze keer de roerige geschiedenis van het duo República en Victoria.


6. Josep Viladomat - La República (Homenage a Pi i Maragall) (1934). Plaça de Llucmajor


Een beeld met een lange geschiedenis. Pi i Maragall, Catalaan en tweede president van de kortstondige Eerste Spaanse Republiek zou al in 1915 een monument krijgen, maar onderling politiek gekrakeel en de dictatuur van Primo de Rivera verhinderde realisering. Pas met de komst van de Tweede Spaanse republiek werd het echt wat. In 1931 verscheen op het Plaça  Cinc d´Oros een buste van Pi i Maragall, gemaakt door Felip Coscolla:


Kennelijk had de president te weinig uitstraling voor het plein op de kruising van de chique Passeig de Gracia en de Diagonal. Al in 1934 werd een openbaar concours uitgeschreven voor een imposanter werk, met als gelukkige winnaar Josep Viladomat. Zijn beeld, een naakte República, belandde helemaal bovenop een als el lápiz (het potlood) gedoopte obelisk, een werk van de gemeentearchitecten Josep Vilaseca en Adolf Florensa. Pi i Maragal degradeerde; aan de voet van het potlood kreeg hij een medaillon, bedacht door Joan Pie.


De Catalaanse president Lluís Companys onthulde de bonte verzameling. Dat was op 12 april 1936, aan de vooravond van de Spaanse Burgeroorlog:


Blote borsten
Franco won die oorlog in 1939. Lluis Companys werd in 1940 gefusilleerd. Straten en pleinen kregen nieuwe namen. Het Plaça Cinc d’Oros heette voortaan Plaza de la Victoria. En talloze beelden die in Franco's ogen niet Spaans genoeg waren werden weggehaald en vaak vernietigd. Viladomats naakte dame met lauriertak verdween (samen met Pi i Maragalls medaillon) in een gemeentelijk magazijn. Ze werd vervangen door zo'n typisch Franco-symbool, een adelaar, door de Barcelonezen al snel el Gran Loro genoemd, de Grote Papegaai.

Helemaal bovenaan: el Gran Loro.



Victoria van Frederic Marès.
Onderaan de voet van de obelisk kwam wel andere dame. Ironisch genoeg was dit het beeld waarmee veelschepper Frederic Marès in 1934 de tweede prijs had gewonnen. Marès moest wel een en ander wijzigen. Die blote borsten bijvoorbeeld, dat kon in het streng-katholieke Spanje van Franco natuurlijk niet. En zo werd de vrijgevochten República een zedige Victoria, aan haar voetjes een inscriptie voor de gevallen ‘helden van het franquisme’.

De vrijgevochten República werd een zedige Victoria

Weer volgden andere tijden. Franco ging in 1975 dood en Spanje werd weer een koninkrijk. Barcelona noemde het Plaza de la Victoria naar de nieuwbakken vorst. In het Catalaans – dat mocht nu weer: Plaça Joan Carles I. Vreemd genoeg liet het gemeentebestuur Marès’ Victoria ongemoeid, al werd de inscriptie voor de dode Franco-helden een paar jaar later bedekt.

Viva la República !
Viladomats beeld ondertussen, kwam ook onder het stof vandaan. Het beeld ging zelfs op reis, naar Madrid nog wel. In 1983 figureerde het daar op de tentoonstelling Cataluña en la España moderna – ja, toen hielden Madrid en Catalonië nog een beetje van elkaar.
De medaillon voor Pi i Maragall. 
Het duurde nog tot 1990 voordat een vaste plaats werd gevonden, het Plaça de Llucmajor in de arbeiderswijk Nou Barris. Daar kwam van het duo Albert Viaplana en Helio Piñón een abstract kunstwerk te staan , als entourage voor zowel Viladomats República als de medaillon van Pi i Maragall. De vlaggenmast (?) is natuurlijk een weinig subtiele verwijzing naar het potlood op het Plaça Joan Carles I.
República


Daar gaat Victoria.
Op dat plein stond nog al die tijd Marès' Victoria. Eind 2007 nam het Spaanse parlement de Ley de Memoria Histórica (Wet op de Historische Herinnering) aan, die de slachtoffers van de burgeroorlog hulp en eerherstel moet geven. Deze wet verplicht Spaanse gemeenten onder meer om Franco-symbolen uit het openbaar leven te verwijderen. In Barcelona was het beeld van Frederic Marès het allerlaatste. Op 31 januari 2011 was het zover. De socialistische burgemeester Jordi Hereu hield een kort toespraakje en daar ging Victoria. "Viva la República!", riepen de tweehonderd toeschouwers.

De Grote Papegaai was al jaren eerder uitgevlogen.
 

 Dat Victoria als laatste werd verwijderd, was, zo wist Hereu te vertellen, omdat prioriteit was gegeven aan het ruimen van beelden met een uitgesproken Franco-signatuur. Zoals het ruiterstandbeeld van de Caudillo in het kasteel op de Montjuïc. De maker: Josep Viladomat.
Het Franco-ruiterstandbeeld werd in 2008 opgeborgen in  een gemeentemagazijn.









BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

20-12-14

De tien meest universele kunstwerken van Barcelona - volgens de Barcelonezen zelf (3)

Welke tien openbare kunstwerken  in Barcelona zijn het meest universeel? Dat wilde de organisatie Capital de la Cultura Catalana weten. Meer dan 7000 Barcelonezen mailden hun favorieten. Genoeg aanleiding voor een serie posts. In deze derde aflevering: de dame met de valse paraplu


7.  Joan Roig i Sol - La Dama del Paraigua (1885). Zoo Barcelona


Josep Maria de Porcioles, tussen 1957 en 1973 burgemeester van Barcelona, gaf zijn relaties kleine replica´s van haar cadeau. La Dama del Paraigua (De Dame van de Paraplu) was een mooi symbool voor de stad. Onschuldig, neutraal, vrij van Catalaanse of rebelse symboliek. Geknipt dus voor een Franco-burgemeester.

Carles Puyol
Ze  was wél van buiten. Volgens sommigen gebruikte beeldhouwer Joan Roig i Sol als model zijn nichtje Josepa. En die was net zoals Roig uit Reus afkomstig. Anderen houden het op Ventura Ricou i Solé. Een wicht uit Pobla de Segur, een dorpje in de provincie Lleida, waar vele jaren later ene Carles Puyol zou worden geboren. Puyol groeide uit tot een razend populaire voetballer. Een man die voorop ging in de strijd. De standvastigheid zelve, een rots in de branding. Een tikje conservatief ook, zeker waar het zijn uiterlijk - lees: haardos - betreft.
Links Carles Puyol als tiener, rechts de oude Carles.

Of ze nu uit Pobla de Segur kwam of niet, de parapludame was evenmin van haar tijd. Dat vond althans het Barcelonese journaille. De jurk die ze aanhad? Die kon anno 1885 echt niet meer, meende de toch behoorlijk behoudende Diario de Barcelona. Voor de fontein waarop ze stond had deze krant maar één woord nodig: belachelijk.

Dubbeldeks onderzetter
Dame en fontein detoneren inderdaad enigszins. Die fontein was dan ook geen bedenksel van Joan Roig i Sol, noch gemaakt voor zijn beeld. Josep Fontserè, de architect die van het gemeentebestuur het Parc de la Ciutadella mocht inrichten, ontwierp het veel te hoge stuk bombast in 1882, als basis voor een allegorisch beeld dat de Vooruitgang moest voorstellen.

 De jurk die ze aanhad? Die kon anno 1885 echt niet meer

Van het beeld kwam niks. En dus diende de fontein een paar jaar later als enorme dubbeldeks onderzetter voor de misschien ouderwetse geklede, maar toch sierlijke parapludraagster.

De Barcelonezen hadden geen boodschap aan de kritiek. Algauw behoorde het beeld tot de meest geliefde van de stad. En dat is altijd zo gebleven. Ook toen ze moesten gaan betalen om de dame te zien. Want in 1956 werd de dierentuin in het park uitgebreid en belandde de populaire dame binnen zijn muren.

O ja, die paraplu is eigenlijk een parasol. Maar regenen boven het dameshoofdje, dat doet het wel.










BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

19-12-14

De tien meest universele kunstwerken van Barcelona - volgens de Barcelonezen zelf (2)



Welke tien openbare kunstwerken  in Barcelona zijn het meest universeel? Dat wilde de organisatie Capital de la Cultura Catalana weten. Meer dan 7000 Barcelonezen mailden hun favorieten. Genoeg aanleiding voor een serie posts. Vandaag aandacht voor een raadselachtig dame een een moddervette kat.


9. Josep Clarà - La deessa (1910). Casa de la Ciutat


'De enigma' wordt ze ook wel genoemd, Josep Clara´s godin (deessa). Mediteert ze, is ze in gedachten verzonken of draait ze zich koket weg van nieuwsgierige blikken? We weten het niet. Haar lichaam echter laat weinig te raden over. Mevrouw is poedelnaakt. Reden voor fel protest van enige fatsoensrakkers toen het beeld in september 1928 werd geplaatst aan het Plaça de Catalunya.

Dit soort stijle lieden bezorgden de arme Josep Clarà wel meer slapeloze nachten. De edele delen van diens blote man in het park zaten zelfs tot 2011, ver na Clarà’s dood in 1958, achter een vijgenblad.

De kopie van Ricard Sala.

Met zijn blote godin kwam het eerder goed. Op 19 mei 1929, één dag voor de opening van de Wereldtentoonstelling, keerde het beeld terug op het plein. In 1982 verhuisde ‘de raadselachtige’ naar het stadshuis van de stad. Dit keer echter, uit nobele redenen: de schone moest worden beschermd tegen verder verval, lichtelijk aangevreten als ze was door de uitlaatgassen op het Plaça de Catalunya. Een kopie, gemaakt door Ricard Sala, neemt sindsdien haar plaats in.


8. Fernado Botero - El gato (1987). Rambla del Raval


Een echte zwerfkat, en favoriet van kleine en iets grotere klimmers.

Botero´s gato, door gemeente in 1987 aangekocht, kreeg in 1990 een plaatsje in het Ciutadella park, was vanaf 1992 te zien bij Olympisch Stadion en weer later op een vergeten pleintje (Plaça Blanquerna) bij de poort van de al even verwaarloosde stadsheilige Santa Madrona.  Inmiddels staat de gezellige dikkerd al weer tien jaar aan de Rambla del Raval.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

18-12-14

De tien meest universele kunstwerken van Barcelona - volgens de Barcelonezen zelf (1)

Welke tien openbare kunstwerken  in Barcelona zijn het meest universeel?  Dat wilde de organisatie Capital de la Cultura Catalana weten. Meer dan 7000 Barcelonezen mailden hun favorieten. Genoeg aanleiding voor een serie posts. Vandaag gaat het over nummer tien: David i Goliat van Antoni Llena. Maar vooral over Icària.



10. Antoni Llena - David i Goliat (1992). Plaça dels Voluntaris Olímpics

Een aluminium plaat verbeeldt een papieren cut-out David. De stalen driepoot is werkelijk een Reus van Staal. Oud-monnik Antoni Llena (Barcelona 1943) maakte het bijbelse duo voor de Olympische Spelen van 1992.  Samen staan ze, zo las ik op een kunstenaarsblog,  ‘voor vrijheid van expressie'  - dat moet David zijn - 'binnen de context voor een stedelijke planning´. Lees 'Goliath'.

Klinkt goed, maar ondertussen legt de Barcelonese slingeraar het wel mooi af tegen de reus die stedelijke planning heet.

Étienne Cabet
De voortekenen waren al slecht. Volgelingen van ‘sociaal utopist’ Étienne Cabet (1788-1856) stichtten hier rond 1846, langs kust onder het toen nog zelfstandige Sant Martí de Provençals, een leefgemeenschap gebaseerd op Cabets idealen. Kort samengevat luidden die: geen privé-eigendom, gelijkheid tussen de seksen - maar wel met 'mannen'- en 'vrouwenberoepen' - en een streng gecontroleerd sociaal leven. 

Fàbricas Folch aan de Avinguda d'Icària:  meelfabriek, distilleerderij, ijsproducent en uiteindelijk weer producent van meel.  De schoorsteen werd gebouwd tussen 1898 en 1900.

Dat vraagt om problemen en die kwamen er ook. Icària mislukte. De Cabetisten -waaronder Narcís Monturiol, de latere uitvinder van de moderne duikboot – hoefden zich echter niet te schamen; ook Cabets eigen pogingen in het verre America, niet voor niets the land of the free, liepen op een mislukking uit, al hield de laatste kolonie het tot 1898 vol. Cabet, die graag de dictator uithing, was toen al lang overleden. Hij stierf in 1855 in St. Louis, twee dagen na zijn aankomst in de stad, waar hij met een handjevol gezagsgetrouwen een nieuwe kolonie wilde stichten.

Twee keer Icària, gezien vanaf Barceloneta. Links maart 1986, rechts augustus 1987. Centraal in beeld de schoorsteen van  de Fàbricas Folch.

Marx
Cabet liet zijn (fysieke) sporen na. Marx en Engels waren gecharmeerd van zijn ideeën. In Spanje was Cabet een inspiratie voor Ildefons Cerdà´s egalitair bedoelde schaakbord, het Eixample. De weg die al liep van de Poblenou-begraafplaats naar het Parc de Ciutadella kreeg van Cerda zelfs een nieuwe naam: Avinguda d'Icària.
De Avinguda d'Icria in oude tijden.

Cerda´s socialistische woonplan werd een prooi van speculanten en privé-kapitaal, waardoor van het oorspronkelijke ideaal (arm en rijk samen, veel groen, laagbouw) weinig overbleef.

Afbraak van de Fàbricas Folch, augustus 1987.

Maar, alhoewel veel hoger dan bedoeld, Cerda´s achthoekige illes (woonblokken) zijn er nog altijd. Avinguda d'Icaria ook. De rest van de industriebuurt Icària werd echter eind jaren tachtig van de vorige eeuw letterlijk van de kaart geveegd voor de bouw van het Olympisch dorp.

Een van de hallen van de Fàbricas Folch, vlak voor de afbraak.

'Nova Icària', noemde de gemeente Barcelona deze keurige saaiheid. Totaal misplaatst. De dure appartementen, het casino en de twin towers van verzekeraars en vijfsterren hotels hadden en hebben niets van doen met Cabets ideaal, waarin geld zelfs niet bestond.


  'Nova Icària', noemde de gemeente Barcelona deze keurige saaiheid


Van het oude Icària mocht één schoorsteen blijven staan, die van de Fàbricas Folch. Want fabrieksschoorstenen zijn weliswaar hoog,  ze nemen ook weinig ruimte in.

De schoorsteen van de Fàbricas Folch nu.

De website Viaje a Icària brengt de tranformatie van Icària naar Olympische dorp prachtig in beeld (Spaanstalig).

 

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

09-12-14

De schaduwzijde van de zon - thrillers in Barcelona



Waar denk je eigenlijk aan bij de stad Barcelona? De stad zal naar alle waarschijnlijkheid positieve associaties oproepen die voor een groot deel te maken hebben met een bezoek aan de hoofdstad van Catalonië. Tapas eten in een typische bar waar de servetjes op de grond een vervlogen herinnering aan het ‘spitsuur’ tijdens etenstijd lijken te zijn; een wandeling in de schaduw, dankzij de palmbomen in Park Güell; of de aanblik van de imponerende stenen massa waaruit La Sagrada Família bestaat.

De Catalaanse auteur Carlos Ruiz Zafón betoverde in 2004 het Nederlandse publiek met adembenemende beschrijvingen van de donkere kant van Barcelona. In zijn boeken leven de hoofdpersonages in een duistere wereld waar zij de last van hun persoonlijke en culturele verleden met zich meedragen. Algauw wilden mensen vanuit heel de wereld de locaties van zijn romans in het echt aanschouwen. De liefhebber van het spannende boek komt de laatste jaren niets te kort en de boeken met Barcelona als setting worden ook steeds populairder bij de Nederlandse lezer.


Maatschappijkritisch
De eerste Spaanse thriller was El clavo y otros relatas de misterio y crimen van Pedro Antonio de Alarcón. ‘El Clavo’ (De Spijker) verscheen 1853, niet lang na Edgar Allan Poe´s The Murders in Rue Morgue (1841), dat algemeen wordt beschouwd als de allereerste detective-roman.

Pedro Antonio de Alarcón, vader van de Spaanse thriller.
Erg populair was het genre in Spanje nooit. Later, onder het Franco-regime, leed het genre ook nog onder de zware censuur. Politiemensen in Spaanse thrillers van die tijd waren bijna daarom steevast de good guys. Een interessante uitzondering was Mario Lacruz’ El Inocente (De onschuldige) uit 1953. Het verhaal over een manipulatieve plattelands politie-inspecteur speelt zich echter af in een land dat nadrukkelijk níét Spanje is.

 In 1972 publiceerde Manuel Vázquez Montalbán (Barcelona 1939-2003), de eerste van zijn vele boeken rond Pepe Carvalho. De Carvalho van Yo Maté a Kennedy (Ik doodde Kennedy) is een uit Spanje uitgeweken communist en CIA-lijfwacht. Het verhaal zelf is geen who-done-it, maar een kritische afrekening met de Amerikaanse maatschappij en haar obsessies, vermomd als avonturenroman.


Pas in de latere boeken - Tatuaje, het tweede Carvalho-boek, verscheen in 1974 - zien we Carvalho als de hard living privé-detective, zich bewegend door de mean streets van Barcelona. Een man die blij is verlost te zijn van Franco – zijn schepper Vázquez Montalban zat om zijn verzet tegen de dictator drie jaar in de cel, zijn 'tweede universiteit’  – maar vooral iemand die sceptisch is over wat daarna kwam.

Pepe Carvalho (Eusebio Poncela ) in een Spaanse tv-serie rond de schepping van Vázquez Montalbán

De Carvalho-boeken zijn dan ook bovenal een kritische reflectie op het Spanje van de Transitie, de geleidelijke overgang van de dictatuur naar een democratie. Een land waarin ‘dezelfde honden, maar met andere halsbanden’ aan de macht bleven. Met alle negatieve gevolgen van dien voor Spanje en voor Carvalho´s geliefde stad, Barcelona.

Bargoens
Manuel Vázquez Montalbán stadgenoot Eduardo Mendoza (Barcelona, 1943) schreef met El misterio de la cripta embrujada (1976) een andere vroege Barcelona-thriller waarin de  Transitie in een kritisch daglicht staat.  Het verhaal van een vroegere politie-informant die uit een psychiatrische inrichting wordt geplukt om een verdwijning op een katholieke meisjesschool te onderzoeken is nog eens komisch ook.  Het boek werd vertaald als Het geheim van de behekste crypte (Arena, 1991)  en is met beide vervolgdelen gebundeld als De Barcelona-Trilogie (Vassallucci, 2003)

Veel auteurs geven  'hun' inspecteur of rechercheur een heldenrol, als tegengeluid voor het Spaanse politieapparaat

Veel van de kenmerken van de thrillers geschreven door de twee bovengenoemde grootheden vind je standaard terug in het werk van hun Spaanse navolgers: de setting is  (grote) stad; het taalgebruik  put uit de straattaal en het Bargoens, de taal van de onderwereld; de thema´s zijn vaak politiek getint en maatschappijkritisch. Niet verrassend is de meestal negatieve rol van de politie,  besmet als zij immers is door haar verleden, denk alleen maar aan het machtsmisbruik van de Guardía Civil onder het Franco-regime.  Daarentegen geven veel auteurs 'hun' inspecteur of rechercheur een heldenrol, als tegengeluid voor het Spaanse politieapparaat. Met deze tegenstelling is ook het gegeven verbonden dat in de Spaanse thriller het ‘goede’ niet altijd het ‘kwade’ kan overwinnen.

Wandelen door duister Barcelona

In mijn boekenkast staan naast alle boeken van Carlos Ruiz Zafón ook de thrillers van twee auteurs die hun geboortestad Barcelona  in hun hart meedragen. Antonio Hill en Julián Sánchez (beiden van 1966) zorgen ervoor dat hun hoofdpersonages de lezer aan de hand nemen en met hen door het duistere Barcelona wandelt. Beide auteurs mogen in één adem genoemd worden met Carlos Ruiz Zafón, de schrijver die Barcelona een geheel nieuwe dimensie gaf.

De volgend vier thrillers laten je, veilig thuis op de bank, genieten van de verborgen kanten van die overweldigende metropool, Barcelona:


Antonio Hill – Dodelijke zomer. Signatuur, 2012.

Het thrillerdebuut van Antonio Hill (in zijn thuisland Spanje bekend onder de auteursnaam Toni Hill) draait om inspecteur Héctor Salgado, rechercheur bij de Barcelonese politie. Samen met zijn assistente Leire Castro onderzoekt hij een ongelukkige val uit een raam, waarbij een negentienjarige jongen om het leven is gekomen. Maar als Salgado en Castro op feiten stuiten die een heel ander verhaal vertellen, twijfelen ze op deze zaak wel afgesloten mag worden als ‘ongeluk’.

Héctor woonde op de bovenste etage van een pand met drie verdiepingen. Niets speciaals, een van die vele typische woningen in de Poblenou-buurt, vlak bij een metrostation en een paar straten verwijderd van een rambla die in geen enkele reisgids voorkwam.  (pag. 13)


Antonio Hill – De wraak van de honden. Signatuur, 2013.

In het vervolg van Dodelijke zomer bevindt Barcelona zich volop in het kerstseizoen. De wind is guur en de stad lijkt te zuchten onder de economische crisis. Inspecteur Salgado wordt op een vreemde zaak gezet waarbij een familie slachtoffer is geworden van moord. Daarnaast worstelt hij met zijn privéleven waarmee de zorg voor zijn veertienjarige zoon het alleen maar zwaarder lijkt te maken.

Voor de tweede keer in korte tijd kijkt inspecteur Héctor Salgado om, ervan overtuigd dat iemand hem observeert, maar het enige wat hij ervan ziet zijn onbekende en onverschillige gezichten, mensen die zoals hij over de drukke Gran Via lopen en af en toe bij de kraampjes met speelgoed en cadeaus stoppen die op de trottoirs staan. (pag. 11)


Julián Sánchez – De stem van de doden. Querido, 2012.

Julián Sánchez betoverde zijn publiek al eerder met de roman De Antiquair (Querido, 2011) maar slaat een nieuwe weg in door het personage van inspecteur David Ossa te introduceren. In  De stem van de doden introduceert de Catalaanse auteur een schaduwwereld die zich afspeelt in Barcelona. Door middel van zeer gedetailleerde beschrijvingen laat de auteur zien dat geen enkele plek hem vreemd is en lijkt hij de lezer soms bij de hand te willen nemen door de vele zijstraten die Barcelona kent. In deze thriller wordt inspecteur Ossa belast met een moeilijke opdracht: het oplossen van een meervoudige moord en zelfmoord op de Rambla, het hart van Barcelona.

Ik woon vlak bij het Sant Pau-ziekenhuis; vanuit mijn huis zie je de groeiende torens van de Sagrada Família, die zich op zoek naar de Geliefde Vader extatisch naar de hemel oprichten. Vroeger waren ze prachtig, waren ze nog slechts een belofte. (pag. 12)


Julián Sánchez – Het gezicht van het kwaad. Uitg. Querido, 2014.

Het tweede deel rondom het personage van inspecteur David Ossa is spectaculair te noemen. Door een terroristische aanslag in een warenhuis in Barcelona vallen er vele doden. Explosievenexpert Alex Martín is één van de hulpverleners die deze ramp probeerde te voorkomen, maar wordt uiteindelijk zelf een slachtoffer. Na een jaar lang in coma gelegen te hebben, is Alex maar uit op één ding: wraak. Ondertussen wordt inspecteur Ossa op een zaak gezet die hem naar het uitgestrekte riolenstelsel van Barcelona brengt. Zijn intuïtie kan hem nu zeker niet in de steek laten.

O Barcelona! Wat ben je prachtig in die eerste uren van de ochtend, met dat lichte windje dat zachtjes streelt, zonder andere voetgangers in de straten dan de bewoners van de wijk. Vandaag, oude stad, heb je een van die dagen waarop je in een mooie vrouw verandert en aantrekkingskracht uitoefent op de weinige mensen die je op waarde willen of kunnen schatten. (pag. 133)


Tekst: Soraya Vink
Soraya volgt in Utrecht een MA-opleiding voor eerste graads docente Spaans.  Haar grote boekenliefde zijn thrillers. Ze recenseert Spaanse en andere boeken op haar blog  Soraya Schrijft.   Twitter:  @SorayaSchrijft










BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!