22-11-14

De achterkant van de toeristenfoto




















Barcelona telt officieel 712 mensen die dagelijks op 'straat' slapen.


Populair toeristenplaatje: de voorkant van de Cascada, Parc de la Ciutadella.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

17-11-14

70 jaar CDC - Jordi Pujols onderneming is jarig



In juni 1974 sprak Jordi Pujol op Barcelona´s managementschool, ESADE. Onderwerp: De culturele, politieke en economische omgeving voor zakendoen in Catalonië en haar vermoedelijke ontwikkeling.
Pujol zei toen onder meer: “De belangrijkste ontwikkeling van de Catalaanse economie heeft altijd plaatsgevonden dankzij privé-ondernemerschap, onder het bewind van een sterk politiek regime, met rust op de arbeidsmarkt, tariefbescherming en sociale zorg voor de ondernemer, die de schepper is van welvaart.”

Vijf maanden later, op 17 november 1974, richtte Pujol Convergència Democràtica Catalunya op, een partij die zichzelf presenteerde als centrum-links.




BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

16-11-14

De eerste Spaanse foto - voor altijd in nevelen gehuld


Gravure van Antoni Roca (1842). Volgens veel historici is dit een weergave van de drie jaar eerder gemaakte foto.
Zondag, 10 november 1839. Het was bewolkt en winderig, die dag in Barcelona, een beetje zoals vandaag. De drukte rond het middaguur op het Plaça de Constitution (nu het Pla de Palau) was er echter niet minder om.  Het was immers de dag van el daguerrotipo, de eerste op Spaanse bodem.

In de Barcelonese kranten was flink reclame gemaakt voor de happening, die ‘zestig of zeventig minuten zou gaan duren, afhankelijk van het weer en de kracht van de zon’.

Die zondag liep alles gesmeerd. Een militaire kapel was ingehuurd voor een passend muziekje.  Opnameleider Ramon Alabern en zijn assistenten legden de nieuwsgierige Barcelonezen geduldig de werking van daguerreotypie uit. De plaat zelf werd verloot onder het publiek- een lot kostte zes reales de vellón.

Louis Daguerre´s uitvinding,  die meer gedetailleerde foto´s opleverde, maakte dat jaar een ware zegetocht. Wat heet: het ging om een sensatie die sedert het begin deze jaars de gespannen aandacht der natuurkundigen van alle landen tot zich heeft getrokken. (De Arnhemse Courant, 01-09-1839).

No motion
Daguerreotypie mocht dan een verbetering zijn ten opzichte van eerdere methodes, erg flitsend ging het er in 1839 nog niet aan toe. De belichtingstijd van de met jodiumdampen bewerkte koperen plaat was 22 minuten. Dat vroeg niet om slow, maar om no motion.
Deze daguerreotypie (rechts de enige echte) uit 1848 werd wel bewaard. Bij daguerrotypies ging het meestal om gespiegelde opnamen. Dat leidde makkleijk tot verwarring. Het huis op de voorgrond is  Casa Vidal Quadras en niet Casa Xifré, zoals velen dachten (en denken).
Bewoners van de panden rond de handelsbeurs en de Xifré-woning mochten zich tijdens de ‘weinige minuten van de blootstelling’  dan ook niet op hun balkons en achter hun ramen vertonen. Degenen die dit dwingende verzoek wilden negeren, waren gewaarschuwd. Hun eigenzinnigheid zal onuitwisbaar op de plaat worden vastgelegd, klonk het enigszins dreigend in het dagblad El Constitucional van 8 november.
 De belichtingstijd was 22 minuten
Daguerreotypie had nóg een groot nadeel: extra afdrukken waren niet mogelijk. Met als gevolg dat we 175 jaar later niet met zekerheid weten hoe de eerste Spaanse foto er uitzag (al wijzen veel historici naar de hierboven afgebeelde gravure van Antoni Roca uit 1842). De unieke plaat was nog een paar dagen te zien in de Academie der Wetenschappen, voordat de gelukkige loterijwinnaar er voor altijd mee verdween in de nevelen der geschiedenis.

De fotosessie van 1839 werd deze maand nog eens overgedaan:



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

14-11-14

Met de E van España - Radio Barcelona 90 jaar


Hotel Colón in 1924, locatie van de eerste studio van Radio Barcelona.

"EAJ-1 de emisiones Radio Barcelona. La estación radiodifusora EAJ-1 de emisiones Radio Barcelona”.  De stem en de woorden waren die van -  Maria Sabater ( zo wil de mythe, zie Naschrift). Het was 14 november 1924, 19.30 uur. De eerste uitzending van Radio Barcelona, het eerst station op Spaanse bodem, was begonnen.

Maria Sabater/Sabaté? Of Salus?
In het Spaans, want dictator Primero de Rivera luisterde mee. De E in EAJ-1 stond dan ook voor España. En al in 1926 kwam Radio Barcelona in Spaanse handen, toen het Madrileense Unión Radio het station kocht.

Op 5 september 1976 was het verslag van Barça-Cordoba in het Catalaans

Het zou nog vele jaren duren voordat de Catalaanse taal een prominente rol zou hebben in de dagelijkse uitzendingen. De grote doorbraak kwam pas na de dood van een volgende dictator, Franco. Op 5 september 1976 was het verslag van de voetbalwedstrijd Barça-Cordoba in het Catalaans.

In 1924 ging het er nog een stuk Spaanser en elitairder aan toe. De eerste muziek die 14de  november was van Albéniz. Deze componist mocht dan een Catalaan zijn, gekozen was voor  Granada uit de Suite España.



Dan had radio-pionier Hanso Schotanus à Steringa Idzerda het bijna zes jaar eerder toch wat volkser aangepakt. Radio Soirée Musicale heette zijn wereldprimeur met spelfout op 6 november 1919, maar verder was er weinig Frans bij. De allereerste geluiden waren die van een oer-Hollandse mars: Turf in je ransel.



In het stadhuis van Barcelona (Plaça de Sant Jaume) is tot 16 januari 2015 een tentoonstelling gewijd aan de eerste jaren van Radio Barcelona.


Naschrift: De (valse) mythe van de eerste stem of waarom je de krant van vandaag niet pas morgen moet lezen.

Lees ik net in 'de krant van gisteren' een bericht met  de kop El (fals) mite de la primera veu. Wat blijkt? Maria Sabaté (dus kennelijk Sabater) was niet de eerste Spaanse radiostem. Dit werd al jaren geleden ontdekt, dankzij onderzoek Armand Balsebre (2001) en Silvia Espinosa(2008)  Die eer is voor ene Rafael del Caño. Wat zei deze Rafael? Niet: "EAJ-1 de emisiones Radio Barcelona. La estación radiodifusora EAJ-1 de emisiones Radio Barcelona”. Nee, in plaats daarvan kondigde hij slechts de spreker aan, burgemeester Darío Rumeuy  Freixa, tevens baron van Viver. De burgermeerster zei het volgende: "Barcelonezen, het is mij een eer om het eerste radiotelefonische station van deze stad in te wijden en mijn eerste woorden moeten gewijd zijn aan het overbrengen van een groet aan onze verheven koning..."

Blijkf de vraag wat nu de precieze woorden waren van Rafel del Caño. Maar daar hebben onderzoekers Armand Balsebre en Silvia Espinosa ook geen antwoord op.  Over Maria Sabaté hebben ze meer te vertellen. Die was de secretaresse van de eerste directeur van Radio Barcelona. Het vijftigjarig bestaan van Radio Barcelona in 1974 vierde Maria door het versturen van een 'geretoucheerde brief', waarin zij zich voordeed als de eerste omroepster. Op deze manier hoopte zij volgens de nijvere speurders een pensioen binnen te slepen.

Oplichting dus. Corruptie. Waarmee we weer in één klap in 2014 zijn.  Wat dan wél weer zou kloppen: de eerste Spaanse omroepster heette Maria. Maria Cinta Balagué begon als 26-jarige in 1926 bij de Sectie Vrouwenliteratuur van Radio Barcelona. Haar pseudoniem: Salus.





BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

11-11-14

De zingende zombies van de Boqueria


Op de Boqueria was het honderd jaar geleden al 'gezellig druk'.
Bijna onvoorstelbaar nu, maar op de plek van de chaotisch-rumoerige Boqueria-markt heerste ooit bezinning en rust. Hier baden en mediteerden de vijftig ongeschoeide karmelieten  van het Sant Josep-convent. Alleen de officiële naam van de markt (Mercat de Sant Josep) en die van dit deel van de Ramblas herinneren nog aan het stille verleden.

Het rumoer was even verderop. Buiten op de Ramblas, voor de Boqueria-poort in de oude stadsmuur. Al begin 13de eeuw verkochten joodse slagers daar hun geitenvlees (want een boc is geen bok, maar een geit). Later volgden de kramen voor de groente-en fruittelers van El Raval - tot in de 18de eeuw een landelijk gebied.


Woestijnvaders 
Het ging de ongeschoeiden goed aan de Ramblas. Ooit, in 1586, waren ze op deze plek begonnen met een bescheiden kerkje. Een idee van de priester Juan de Jesus Roca was dat, persoonlijke vriend van mysticus Johannes van het Kruis  en diens bazin, de bijna even mystieke Teresa van Ávila. Jan en Trees hadden samen de orde van de ongeschoeide karmelieten gesticht, uit onvrede met het luxe leventje van de gewone karmelieten. Back to the roots luidde het parool, terug naar de Woestijnvaders  en hun bestaan van extreme armoede, afzondering en heel veel gebed.
Mystiek duo Jan & Trees

5500 luxe boeken
Mooie principes waren het, maar ga er maar aan staan als ongeschoeiden in het wereldse Barcelona. Bij het kerkje kwam een klooster (Los Josepets genaamd). Uiteraard. Daarna volgde een kapel, die tevens diende als begraafplaats voor overleden broeders. Ook logisch. Maar een openbare bibliotheek met 5500 luxe boeken? Plus nog een drukkerij die zich zelfs 'koninklijk' mocht noemen? Niet echt basic. En dan de kloostertuinen. Die werden groter en groter. Op een gegeven moment liepen ze zelfs door tot achter het Palau de la Virreina, een flink stuk verder aan de Ramblas.
Het Sant Josep-convent volgens een tekening van rond 1820


Eerlijk is eerlijk, behalve aan onroerend goed wijdden de ongeschoeiden zich ook aan goede werken. Vooral hun hand- en spandiensten bij pestepidemieën waren befaamd. En bovendien niet zonder gevaren. Steevast leidde de hulpverlening tot het verlies van de nodige broederlevens.

Spirituele plichten
In 1821 was het weer eens zover. De pest woedde dit keer in de zeewijk Barceloneta. De ongeschoeiden verzorgden de zieke vissers en havenarbeiders. Vijftien broeders werden daarbij zelf door de pest getroffen en lieten het leven. Namen de overgebleven ongeschoeiden, onder aanvoering van hun overste, het daarom even minder nauw met de discipline? Zo van: we hebben een pestepidemie overleefd, wie doet ons wat? Of was dit een veel langduriger proces en ging het voortdurend vergaren van werelds bezit gepaard met een minder en mindere uitvoering van spirituele plichten?

Vissers op het strand van Barceloneta.

Wie zal het zeggen? In ieder geval ontrolde zich in het Sant Josep-convent kort na de tragische gebeurtenissen van 1821 de volgende geschiedenis, zo wil de legende:

Het was de vooravond van 16 juli, de dag van de heilige Carmen. “Die oraties voor dag en dauw kunnen op feestdagen best achterwege blijven”, verkondigde de overste – laten we hem Jordi noemen - aan zijn monniken. “Dan kunnen jullie eens lekker uitslapen”.

Nu zijn er altijd monnniken die roomser zijn dan hun overste. In dit geval was dat broeder Oriol. Een uur later diende hij zich aan bij Jordi, die net zijn geld zat te tellen. De overste keek verstoord op en vroeg wat Oriol wilde. “Ik vind dat wij monniken de kloosterregels strikt moeten navolgen”, zei Oriol beschroomd.

Zo´n onbeschaamde aanslag op zijn gezag, dat pikte Jordi niet. Hij barste in woede uit, en sommeerde de geschrokken monnik onmiddellijk zijn kantoor te verlaten.

Machtig gezang
Die nacht kon Oriol de slaap niet vatten. In hun cellen sliepen de overige monniken daarentegen als rozen, dromend over de heilige Carmen en haar feest. Totdat ze op het uur van de oraties, heel vroeg in de morgen, wakker schrokken van een machtig gezang dat het hele convent vulde. Met de pij nog op de knieën haastten de monniken zich naar de kapel. Daar stonden vijftig al lang overleden ongeschoeiden te zingen alsof hun leven er vanaf hing. Hun navolgers, weliswaar nog slaperig maar verder springlevend, waren met stomheid geslagen. Ze konden slechts staren naar de zingende zombies.

 De vijftig al lang overleden ongeschoeiden zongen alsof hun leven er vanaf hing
Vinger naar het verleden: de officiële naam van de markt

Na hun recital verdwenen de vijftig weer doodleuk in hun geopende graven, die zich vervolgens als vanzelf weer sloten. In de nu weer stille kapel bleef één dood lichaam achter: het lijk van broeder Oriol.

Op 25 juli 1835 ging het Sant Josep-convent tijdens een volksoproer in vlammen op. De eerste steen voor de Boqueria-markt werd gelegd in de zomer van 1840. Op 28 juli, de dag van de Heilige Jozef.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

08-11-14

9N - een (on)gewone zondag



9N in cijfers: 942 (van de 947) Catalaanse gemeenten, 1317 stemlokalen (met 6695 tafels ) en 40.000 vrijwilligers.
Waarmee we de duidelijkheid wel hebben gehad.

Want 9N was eerst een officieel referendum. Tot de opschorting door het Spaanse constitutioneel hof, dat de grondwet en de Spaanse eenheid moet bewaken.

Waarop de Catalaanse regering  9N  omtoverde tot een niet-bindend referendum. Waarvoor de grondwetcommissie vervolgens ook haar toverstokje stak. Dit stokje echter, lapte de Catalaanse regering aan de bekende laars.

Naar buiten toe natuurlijk, want achter de schermen bleef er druk overleg met Madrid. Dus kwam Spanje’s minister van Justitie eind deze week met een leuk ideetje. Als de Catalaanse regering nou eens zou stoppen met promotie- en andere activiteiten voor 9N, dat zou het misschien toch…

En zo is 9-N op dit moment (zaterdagavond) een vrijwilligersactie. Al houdt de regering, zei president Artur Mas, wel haar 'verantwoordelijkheid' voor het 'proces' en zal ze dit proces ook 'beschermen'. Wat hij daarmee precies bedoelt - behalve het bekendmaken van de uitslag, ‘waarschijnlijk’ maandag - en welke mogelijke juridische consequenties dit heeft, niemand weet het.

Ondertussen houdt de Spaanse justitie zich sinds vandaag bezig met een andere vraag, waarvan men het belang kennelijk nu pas inziet: Is het gebruik van scholen, gemeentelijke sportzalen en andere openbare gebouwen als stemlokaal eigenlijk geen overtreding van de wet, gezien de twee verboden van het constitutioneel hof?

Daar loopt nu een vooronderzoek naar.

Morgen gaan we met onze door de Catalaanse regering verstuurde stemoproep op weg naar de vrijwilligersactie in onze school. Nu maar hopen dat we niet voor een dichte deur staan.

Net als op een gewone zondag.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

07-11-14

De kleine heilige van de Ramblas




Zijn vader was blind, maar hij zag de toekomst.

Francesc Canals Ambrós werd in 1877 geboren aan het Plaça de la Lana in La Ribera. Vader Canals verdiende daar als mattenvlechter een schamel inkomen voor zijn gezin. Winkelen in El Siglo? Voor vader Canals een mooie droom. El Siglo, het eerste warenhuis van de stad, was er voor de gegoede klassen. Gewone mensen kunnen hoogstens werken in het grote pand, in 1881 gevestigd aan de Ramblas dels Estudis.

Attent en behulpzaam
 Zoon François doet dat vanaf zijn veertiende jaar. De diepgelovige jongen maakt zich al snel populair onder zijn collega-verkopers. Hij is immer attent en behulpzaam, heeft altijd goede raad en ook nog eens een goed humeur. Vooral de meisjes van El Siglo zijn dol op hem. Een santet, een kleine heilige, noemen ze hem. En, zo beweren sommigen, en in de toekomst kijken kan François ook.
El Siglo in 1900, een deel van de damesafdeling.

Wanner El Siglo Kerstmis 1932 afbrandt heeft François dat al voorzien. Drieëndertig jaar eerder maar liefst, vlak voor zijn vroege dood.

Cultus
De kleine heilige sterft in 1899 aan tuberculose. Diep betreurd door zijn collega´s wordt François Canals begraven op het kerkhof van Poblenou. Daar ontstond al snel een cultus rond hem, die nog altijd doorgaat.

Bloemen, kruizen, afbeeldingen van heiligen en gewone mensen... de laatste rustplaats van de kleine heilige lijkt wel een uitdragerij. Of voor mijn part de afdeling 'prullaria' van een middelgroot warenhuis.
De laatste rustplaats van de kleine heilige lijkt wel een uitdragerij
Om alles te kunnen bergen heeft François links en rechts van zijn eigen nis wat hulpnissen. Door een gleuf in het glas van zijn verblijfplaats deponeren mensen briefjes met verzoeken om hulp. François, – nu ja, zijn portret - is er bijkans door bedolven.

De opvallendste voorwerpen zijn uiteraard de vele ex voto´s, dankbetuigingen voor verkregen gunsten. Lichaamsdelen (armen, benen et cetera) zijn favoriet en vooral: babypoppen. Kennelijk zorgt de heilige François -  bij leven vast en zeker geen seksbeest - zoveel jaar na zijn dood alsnog voor veel Catalaans nageslacht.

Catalaanse vlággen daarentegen schitteren vooral door afwezigheid. Ik moest gisteren bij mijn bezoek aan El Santet even goed kijken voordat ik tussen het poppengeweld een zeer bescheiden exemplaar ontwaarde.

De  Catalaanse onafhankelijkheidsvlag, die met de ster, ontbreekt zo kort voor 9-N zelfs geheel. Dat kan natuurlijk zomaar veranderen, wanneer er op politiek gebied wonderen gaan gebeuren.









El Santet zweeg gisteren over de staatkundige toekomst van zijn land, maar een klein wonder voltrok zich al wel:

El Santet zelf bezoeken? Je vindt hem in departemento 1, Isla IV interior op de begraafplaats van Poblenou.


Geen heilige en ook niet rustend in Poblenou: Maribel Sastre. Haar graf op de Montjuïc-begraafplaats inspireerde Edwin Winkels tot een prachtige roman. Lees hier een recensie van het boek.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

03-11-14

De bloedbroeders van Barcelona

Onderstaande post schreef ik als opmaat voor Alllerheiligen, 1 november. Toen crashte de computer.  Shit happens, zei Martin Bril al.  En dan: het had zoveel erger kunnen zijn, mompelt J.C. Bloem vanuit het hiernamaals.



Een buitenkansje voor de échte fotograaf was het.

 Zo vaak werd er niet iemand geëxecuteerd. De laatste keer was alweer jaren geleden, in 1874. Dus verborg broeder en foto-enthousiast Guillermo Faraudo in de vroege ochtend van 6 januari 1892 een fototoestel onder zijn zwarte pij. Het ding was groot en woog nogal. Gelukkig was de Reina Amalia gevangenis, aan de rand van El Raval, niet ver weg. Guillermo had de schone taak de veroordeelde in zijn laatste uren spiritueel bij te staan, samen met zijn medebroeders van de Congregatie van het Onbevlekte Bloed van Onze Heer Jezus Christus (Congregació de la Puríssima Sang de Nostere Senyor Jesu Christ). Een club van lekenbroeders –Faraudo was in het dagelijks leven arts- die onder bescherming stond van de parochie van de Santa Maria del Pi. Op de plaats van de oude pastorie stond sinds 1542 het clubhuis van de bloedbroeders, het Casa de la Sang.

Broeder Faraudo had een wijde pij. Twee fototoestellen uit 1992. De rechte is nog een compact-camer ook.

De veroordeelde was jong (22) en een echte schurk. Isidre Rompart doodde de vijfjarige Cármen Serrats en haar oppas, het buurmeisje Teresa, toen hij de woning van de Serrats binnendrong, op zoek naar geld. De buit: twee zilveren horloges plus 57 peseta’s en 50 cent. Rompart deed slechte dingen voor minder. Vlak voor de moordpartij had hij om een paar peseta´s een vrouw verkracht.
De executie van Isidre Rompart
Isidre Rompart stierf even buiten de gevangenis, op de Pati des Corders, een naam die verwijst naar de touwslagers die ooit werkten op dit plein. Touw kwam er niet aan te pas bij Romparts terechtstelling; de galg was in Spanje was al sinds 1832 afgeschaft. ‘Om humanitaire redenen’ stierven terdoodveroordeelden voortaan aan de wurgpaal, de garrot vil.

 ‘Om humanitaire redenen’ stierven terdoodveroordeelden voortaan aan de wurgpaal

Ramon Casas
Broeder Guillermo nam zijn foto. Volgens sommigen inspireerde de plaat Ramon Casas tot het maken van zijn schilderij Garrot Vil (1894). Op dat doek zien we echter de executie van een andere jonge misdadiger, Aniceto Peinador (19). Casas bevond zich onder het publiek rond het schavot, zo wil het verhaal. Dat was al op 12 juli 1892, een paar maanden slechts na de Rompart-terechtstelling – het waren roerige tijden, eind negentiende eeuw in Barcelona.

Ramon Casas, Garrot Vil (1894)

De laatste openbare terechtstelling in Barcelona vond plaats op 15 juni 1897. Silvestre Lluís, beschuldigd van moord op zijn vrouw en twee kinderen, stierf aan de wurgpaal op de Pati des Corders. Voor besloten terechtstellingen kwam het einde pas bijna een eeuw later. Die dag stonden drie Spaanse steden in totaal vijf tegenstanders van het Franco-regime voor het vuurpeloton (Franco zag om ‘publicitaire redenen’ af van de wurgpaal), na veroordeeld te zijn voor moord. In Barcelona werd ETA-terrorist Juan Paredes (Txiki) op de binnenplaats van de Modelo-gevangenis gefusilleerd. Nog geen twee maanden later stierf op 20 november dictator Franco zelf, gewoon in een bed.

De grote Heilige Cristus
Tijdens de door Franco gewonnen burgeroorlog ging het beeld El Sant Cristo gros verloren. De broeders van het Onbevlekte Bloed zeulden de grote Heilige Christus (3 meter hoog en uit de 14e eeuw), bedekt met zwarte doek, altijd met zich mee bij de terechtstelling van drie of meer terdoodveroordeelden. Voor bescheidener finale afrekeningen was er een kleine Heilige Christus. Kopieën van de beide beelden zijn te zien in de Santa Maria del Pi. Een paar dagen per jaar verlaten ze de kerk, voor de Paasoptochten van de Pi-parochianen.

Ondanks zijn weinig publieke bestaan heeft de grootste van de twee Christussen het geschopt tot het dagelijkse spraakgebruik. Een Sant Cristo gros is een hot shot, de grote madam of heer die nodig is als de zaken er echt om gaan spannen. A veure si haurem de treure el Sant Cristo gros hoor je ook wel zeggen, meestal aan de vooravond van wat een grote manifestatie moet worden. Eens kijken of we de grote Heilige Christus uit de kast moeten halen.

Allerheiligen
Aanstaande zaterdag, Allerheiligen zul je de uitdrukking niet horen, al trekken de inwoners van Barcelona (en heel Spanje) die dag massaal naar de begraafplaatsen – en niet op 2 november, Allerzielen, zoals in andere landen. Daar poetsen ze de laatste rustplaatsen van hun gestorven geliefden blinkend schoon en voorzien deze van verse bloemen.

Vroeger waren de doden nooit ver weg, want elke kerk had haar eigen hof
De grote begraafplaatsen van Barcelona vind je nu op de Montjuïc en in de vroegere buitenwijk Poble Nou. Vroeger echter, waren de doden nooit ver weg, want elke kerk had haar eigen hof. Vlakbij het voormalige kerkhof van de Santa Maria, aan het Plaça del Pi staat nog altijd de Casa de Sang. Het Huis van het Bloed werd een paar jaar geleden weer eens flink gerestaureerd – al zijn de eerste sporen van verval al weer zichtbaar.


De kerkhoven van Barcelona kun je het beste niet bezoeken tijdens Allerheiligen (te druk). Alle andere dagen van het jaar zijn ze de moeite meer dan waard. De beste Engelstalige gids voor het Montjuïc-kerkhof vind je hier. Een interessant essay in reportagevorm (Spaanstalig) over het kerkhof in Poble Nou vind je hier.