07-04-14

De bloedige geschiedenis van de Catalaanse vlag


Eerder hadden we het hier over de estelada, de Catalaans onafhankelijkheidsvlag. Maar de senyera, de officiële vlag van Catalonië, hoe is die ontstaan?
Vraag het een beetje Catalaan en hij of zij vertelt je het verhaal van Guifré el Pílos, oftewel Wilfried de Harige (circa 840-897). Deze graaf van Barcelona sloot ergens eind negende eeuw een bondgenootschap met Karel de Kale, kleinzoon van Karel de Grote en machthebber in het Frankische land, aan de andere kant van de Pyreneeën. Doel: gezamenlijk de Moren achter die hoge bergen houden.

Goudkleurig schild
De Harige en de Kale gaan de Moren te lijf. Aanvankelijk gaat dat lekker. Dan, een aantal veldslagen verder, raakt Wilfried dodelijk gewond tijdens de strijd. Daar ligt de stoere Catalaan, op zijn veldbed in de grafelijke tent, bloedend uit vele wonden. Naast zich zijn goudkleurige schild. Dit gaat helemaal fout, denkt Karel, zijn gewonde kompaan ziende. Dit veldbed word Wildfrieds sterfbed! Aangedaan en ook dankbaar - het bondgenootschap was immers vooral in zijn belang – steekt Karel vier vingers in de bloedende wonden van Wilfried en haalt deze vervolgens over diens schild.

Voilà, zie hier het wapen van het Huis van Barcelona, dat door de tijd heen de vlag wordt van heel Catalonië.


Fantasierijk
Een mooie legende, voor het eerst rond 1180 opgeschreven, door de monniken van het klooster Santa Maria de Ripoll in in hun La Gesta Comitum Barchinonensium
Toen nog met Lodewijk de Vrome (814-840) in rol van zijn zoon Karel de Kale. Op een gegeven moment vonden zelfs de meest fantasierijke Catalaanse kroniekschrijvers dit te gortig. Wilfried werd immers pas rond Lodewijks sterfjaar geboren. Dus moest Lodewijk plaats maken voor Karel. Totdat iemand de moeite nam ook diens geboorte-en sterfjaar te checken: 823 en 877.
Tja.
Naar het schijnt zijn er sinds deze ‘ontdekking’ zelfs versies van het verhaal waarin de arme Wilfried maar zelf de hand in eigen wonden steekt.


De eerste geschreven versie van de legende
De beste tip voor aspirant-chroniqueurs luidt: houd dateringen vaag. ‘Ergens eind negende eeuw’, zoals in bovenstaande versie van het senyera-verhaal, is nauwkeurig genoeg. Want voor je weet, ga je de mist in. Zoals die ene kroniekschrijver die het gebeuren liet plaatsvinden in het jaar 903; jaren na de dood van beide hoofdrolspelers.
Tip voor aspirant-chroniqueurs: houd dateringen vaag

De werkelijke ontstaansgeschiedenis van de senyera is overigens minstens even duister - daarover een andere keer. En dan vinden we dezelfde strepen en kleuren ook nog eens terug in onder meer de Spaanse regio´s Valencia en Aragón. U begrijpt: “Onze vlag is de originele”, klinkt het alom.






BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

03-04-14

Het huis van de alchemist

Na het huis van de beul nog een post over een bijzondere woning in Barcelona:

In de Call, de joodse buurt van Barcelona, zat op de hoek van de carrer de Sant Sever en de carrer de Sant Domenec de Call ooit de Hebreeuwse universiteit, zo wil de traditie. In 1186 moet hier een groot internationaal astrologencongres hebben plaatsgevonden. Ene rabbi Ezra stal de show met een boude voorspelling: nog datzelfde jaar zou de wereld vergaan.
Een beetje dom, deze stellige uitspraak over de zeer nabije toekomst. Een paar maanden later was de rabbi dan ook het lachertje van de dag.

Ruim twee eeuwen later kreeg rabbi Ezra alsnog gelijk. Nou, een béétje dan, want in 1391 verging niet de wereld, maar de Call. Begin augustus dat jaar bestormden de christenen van Barcelona de buurt van hun joodse stadgenoten. Driehonderd joden werden gedood, hun bezittingen werden vernield. De overige joden vluchtten, hun woningen (of wat daarvan over was) vielen in christelijke handen. 



Aan de carrer de l’Arc de Sant Ramon del Call woonde in 1391 de lakenwever Jucef Bonhiac. Ook Jucef en zijn huis werden slachtoffers van de christelijke agressie. Een verdieping van het huis werd totaal verwoest. Van de man zelf restte niets. Of hij werd vermoord of dat hij is gevlucht, de annalen melden er niets over.


Met Jucef verdween de tot nu toe laatste bewoner van het huis op nummer 8. Eerst stond het pand meer dan twee eeuwen leeg. Later deed het dienst als verhoogde binnentuin van een paleis, als opslagplaats en ten slotte als garage. Dan zijn we al in de tweede helft van de vorige eeuw beland.

Liefdesgeschiedenis

Zo veel eeuwen onbewoond zijn is voer voor verhalen. Een tragische liefdesgeschiedenis in dit geval. Met in de rol van Jucef een eerbiedwaardige alchemist. Op een dag wordt deze benaderd door een christen. Maak voor mij een vruchtbaarheidsdrank, luidt de opdracht van de bronstige man. De alchemist bereidt een potent liefdeselixer. Succes verzekerd. Binnen geen tijd is de geliefde van de christen dan ook zwanger. Er is slechts één probleem, ontdekt de alchemist: de aanstaande moeder is zijn dochter.



Voor hij afreist spreekt hij een vervloeking uit over de plaats des onheils
Woedend en overmand door schaamte besluit de alchemist zijn praktijk op te heffen en te vertrekken naar verre oorden. Voor hij afreist spreekt hij nog snel een vervloeking uit over de plaats des onheils: het huis zal voor altijd onbewoond blijven.

La Casa de l’Alquimista luidt de naam in de volksmond. Sinds 2008 zit in het fors verbouwde pand het Call-informatiecentrum van het Historisch Museum van de stad. 


De suppoosten gaan elke avond naar huis.


In het Centre d'interpretació del Call vind je veel informatie over de geschiedenis van de Call en het leven van de joodse Barcelonezen daar. De ingang is aan het Placeta de Manuel Ribé. ´s Maandags gesloten
.

Ontdek de geschiedenis van 37 plekken in de Call via deze handige app.


BCN BITES - ga voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië naar onze Facebook pagina!

31-03-14

Hoe de beul van Barcelona aan zijn huis kwam

Niemand die zo impopulair was in het middeleeuwse Barcelona als de beul. Uiteraard onder de terdoodveroordeelden, maar ook vrije burgers meden hem als de pest. De man aanraken was er niet bij. Kleermakers weigerden dan ook om de beul een fatsoenlijk pak aan te meten. Reden waarom deze gedwongen was gekleed te gaan in een jutte zak die om de middel was vastgebonden.

En waar moest deze ongewenste gast wonen? Het stadsbestuur vond de oplossing van dit heikele vraagstuk tijdens een emotionele vergadering:

“De beul moet buiten de stadsmuren wonen”, opperde een raadslid. “Zijn werk is weliswaar nodig, maar om een officieel beroep gaat het niet. Geen enkel gilde-lid wil de beul als buurman.”
“Alle steden moeten hun burgers huisvesten en beschermen”, sprak een ander. “Het is Barcelona onwaardig om een burger die voor de stad werkt te dwingen buiten de muren te wonen.”



Kleermakers weigerden om de beul een fatsoenlijk pak aan te meten
Verhitte discussie
Een verhitte discussie barstte los, die pas eindigde toen een van de oudste raadsleden het woord vroeg.
“De beul”, zo zei de grijsaard, “kan niet binnen de stadmuren leven, omdat zijn werk niet geliefd is bij de burgers, nietwaar?”
Alle aanwezigen beaamden dit.
“En”, ging het raadslid verder, “buiten de stadsmuren leven kan hij evenmin, omdat Barcelona iemand die voor de stad werkt niet kan weren. Toch?”
Ook hier was iedereen het mee eens.
“Dan lijkt mij de oplossing simpel”, concludeerde de man, met twinkelende pretoogjes. “De beul gaat in de muur wonen.”
“Een briljant plan”, juichte het gezelschap in koor. De volgende dag al werd met de uitvoering begonnen.



En zo komt het we dat op het Plaça del Rei, tussen de Santa Àgata kapel en het historisch museum van de stad nu een groot raam zien. Ooit zat hier een deur; de toegang tot het huis van de beul.


















BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

30-03-14

Het verhaal van Bernardo - Hoe Israël niet alleen de Catalaanse natie, maar ook de Catalaanse religie erkende


Bernardo was born in Barcelona, Catalonia, in 1924. Years later he would be called Dov. Bernardo's mother, like Shulek's mother, was a religious woman her entire life, although she attended a church rather than a synagogue. His father, however, had early on abandoned any intensive preoccupation with the soul and, like many other metalworkers in rebellious Barcelona, become an anarchist. At the beginning of the Spanish Civil War, the anarcho-syndicalist cooperatives supported the young leftist republic and for a while actually ruled
Barcelona. But the right-wing, Francoist forces soon reached the city, and young Bernardo fought alongside his father in the final retreat from its streets.

Bernardo's conscription into Franco's military, a few years after the end of the Civil War, did not soften his feelings about the new regime. As an armed soldier in 1944, he deserted to the Pyrenees, where he helped other opponents
of the regime cross the border. Meanwhile he waited eagerly for the American
forces to arrive and bring down the cruel ally of Mussolini and Hitler. To his
dismay, the democratic liberators did not even try. Bernardo had no choice
but to cross the border himself and become a stateless person. He worked as a
miner in France, then stowed away on a ship in hope of reaching Mexico. But
he was caught in New York and sent back to Europe in shackles.


Thus in 1948 he, too, was in Marseilles, working in one of the shipyards.
One evening in May, he met a group of enthusiastic young men in a dockside café. The young metalworker, still dreaming of the human beauty of Barcelona's revolutionary cooperatives, became convinced that the kibbutz in the new
state of Israel was their natural successor. Without the slightest connection to Judaism or Zionism, he boarded an immigrant ship, arrived in Haifa and was promptly sent to the battlefront in the valley of Latrun. Many of his companions
fell during combat, but he survived and immediately joined a kibbutz, just as he had dreamed of doing that spring day in Marseilles. There he met the woman of his life. Along with several other couples, they were married by a rabbi in a speedy ritual. In those days, the rabbis were still happy to provide this service and asked no superfluous questions.




The Ministry of the Interior soon discovered that a serious error had been made: Bernardo, now known as Dov, was not a Jew. Although the marriage wasnot annulled, Dov was summoned to a formal meeting to clarify his true identity.
In the government office to which he was directed sat an official wearing a large
black skullcap. At that time, the religious-Zionist party Mizrahi, which ran the Ministry of the Interior, was cautious and hesitant. It was not yet insistent about "national" territories or the politics of identity exclusion.
The exchange between the two men went more or less as follows:
"You are not a Jew, sir," said the official.
"I never said I was," replied Dov.
"We shall have to change your registration," the official said casually.
"No problem," Dov agreed. "Go right ahead."
"What is your nationality?"
"Israeli?" Dov suggested.
"There is no such thing," stated the official.
"Why?"
"Because there is no Israeli national identity," the ministry official said
with a sigh. "Where were you born?"


"In Barcelona."
"Then we'll write 'nationality: Spanish.' "
"But I'm not Spanish. I'm a Catalan, and I refuse to be categorized as
Spanish. That's what my father and I fought about in the 1930s."
The official scratched his head. He knew no history, but he did respect
people. "So we'll put 'nationality: Catalan.' "
"Very good!" said Dov.
Thus Israel became the first country in the world to officially recognize the
Catalan nationality.
"Now, sir, what is your religion?"
"I'm a secular atheist."
"I can't write 'atheist.' The State of Israel does not recognize such a cate-
gory. What was your mother's religion?"
"The last time I saw her, she was still a Catholic."
"Then I shall write 'religion: Christian,' " the official said, relieved.
But Dov, normally a calm man, was growing impatient. "I won't carry an
identity card that says I'm a Christian. It's not only opposed to my principles; it
offends the memory of my father, who was an anarchist and set fire to churches
in the Civil War."
The official scratched his head some more, weighed the options, and found
a solution. Dov left the ministry office with a blue identity card that declared
both his nationality and his religion to be Catalan.

Uit: Shlomo Sand - The Invention of The Jewish People. Verso, 2009.
Bron: Cataloniawatch
Illustraties uit de Rylands Haggadah, Catalonië, circa 1330.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

De porno-stranden van Barcelona


De stranden van Barcelona worden klaargemaakt voor het nieuwe badseizoen, met naar verwachting vier miljoen gasten. Tijd voor een ode aan Araceli Castro, Koningin van de Spaanse stranden. De bevallige Araceli won deze titel in de zomer van 1934, tijdens een wedstrijd georganiseerd door het Madrileense weekblad Crónica. Op het strand van Barceloneta versloeg de Tarragonese zo’n honderd mededingsters overtuigend. Een heuse kroon en duizend peseta’s waren haar deel, prijzen die ze vreemd genoeg pas in januari 1935 kreeg uitgereikt, in het Casino de San Sebastián van Barceloneta.

Wat de dames droegen, toen in 1934, twaalf jaar vóór Louis Réard de bikini uitvond? Een ruw prototype van deze briljante Franse vinding. Een latex combinatie bestaande uit een bovenstuk dat een deel van de buste vrijliet en een broekje, zeg maar gerust broek.
  
Heidendom
Te bloot voor het gezag. In mei 1935 verboden de Republikeins autoriteiten het dragen van dergelijke gewaagde combinaties. Dat was niet genoeg voor bisschop Manuel Irurita van Barcelona. In een bisschoppelijk rondschrijven van 12 juli 1936 trok hij van leer:
‘Tussen de gevaren van het vakantieseizoen is niet het minste dat van de stranden, waar immoraliteit en heidendom jaar na jaar groeien, zelfs in die mate dat fatsoenlijke mensen moeten afzien van de voordelen die de stranden bieden voor de gezondheid van het lichaam. Vanaf 1930, geliefde kinderen, overstroomt deze golf van pornografie onze mooie stranden, waaraan we minstens een deel van de oorzaak kunnen toeschrijven van de vreselijke kwaden waaronder we lijden.’


'Vanaf 1930, geliefde kinderen, overstroomt deze golf van pornografie onze mooie stranden'












En dat precies één week voor het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog. Een vreselijk kwaad waarin Irurita’s ‘geliefde kinderen’ (van beide partijen) héél andere zorgen hadden.
Begin 1939, vlak voor het einde van die oorlog, verdween de bisschop op geheimzinnige wijze. Araceli Castro’s ster was al eerder uitgedoofd. Crónica haalde zijn strandkoningin begin 1935 naar Madrid voor een uitgebreide fotoshoot in de lokale zwembaden. Het nummer met de foto´s  - boven een van de opnamen - moest op 14 juli verschijnen, maar kwam niet door de Republikeinse censuur. 

Veel later, in 1959, was ene Pedro Zaragoza Orts burgemeester van Benidorm. Op eigen houtje gaf Zaragoza toestemming voor het dragen van bikini´s op de gemeentelijke stranden. Tot woede van de katholieke kerk en zonder goedkeuring van de even katholieke dictator Franco. Waarop Pedro op zijn Vespa stapte, naar Madrid tufte (een tochtje van negen uur) en daar belet vroeg bij Franco. De Caudillo gaf hem zijn zegen, onder de indruk van de burgervaderlijke monsterrit en beneveld door economische vergezichten. Even later verschenen in Benidorm de eerste torenflats. Het Spaanse massatoerisme was begonnen.
Barceloneta, circa 1930.


 BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

27-03-14

De Catalaanse onafhankelijkheidsvlag komt uit China

Tijdens onze wandeltours en fietstours krijgen we vaak de vraag: hoe zit het precies met al die vlaggen die je in stad ziet?

 De goudgele vlag met de vier rode strepen is de senyera, de officiële Catalaanse vlag.  Dan zijn er twee onafhankelijkheidsvlaggen. De oudste stamt uit 1908. Geïnspireerd door de vlag van de piepjonge (1902) republiek Cuba, ontwierp de Catalaanse separatist Vicenç Albert Ballester toen de blauwe estelada (estel is Catalaans voor ster). Het blauw van de driehoek symboliseert de mensheid, het wit van de ster de vrijheid.

De onafhankelijkheidsvlag was meestentijds verboden door de Spaanse autoriteiten. Haar eerste officiële optreden was pas op 14 april 1931, toen Francesc Macià de Catalaanse Republiek uitriep. Onder hevige druk van de voorlopige Republikeinse regering deed Macià drie dagen later een forse stap terug: Catalonië kreeg een eigen regeringsapparaat (de Generalitat), maar binnen de Spaanse staat.

Bourgeois-nationalisme
De Franco-tijd betekende opnieuw een ondergronds bestaan. Wel kreeg de blauwe
onafhankelijkheidsvlag in 1968 gezelschap van de rode estelada; de vlag van de socialistische bevrijdingspartij PSAN, die zich op deze manier wilde onderscheiden van het ‘bourgeois nationalisme’. Dit onderscheid is tegenwoordig grotendeels vervaagd, al is de blauwe estelada veruit het populairst. Zo populair zelfs, datvoor de productie is uitgeweken naar het goedkope China.
 Voor de productie is uitgeweken naar het goedkope China
De grootste Catalaanse distribiteur van de estelada heet Productes de la Tierra. Producten van het Land, maar ‘Made in China’ dus.
Uiteindelijk is de estelada voor de onafhankelijkheidsbeweging slechts een tijdelijk symbool. Zodra de eigen staat een feit is, gaan driehoeken en sterren de kast in en rest er één vlag: de senyera.





BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

26-03-14

Patriot Puig en de rode tirannie


 De Montjuïc als Barcelona’s Acropolis. Een ode aan de oude Grieken, ingewijd met een expositie over het nieuwste wereldwonder: elektriciteit. Architect Josep Puig i Cadafalch zag het begin vorige eeuw het al helemaal voor zich.

Een plein met daarop een halfronde ruimte voor verpozing en beschaafde conversatie. Vanaf het plein vertrekt een statige boulevard met links en rechts paviljoens, getooid met de namen van de Zeven Vrije Kunsten. En aan het einde, al op de Montjuïc, het monumentale Paleis van Oude Wijsheid.

Tussen plein en paleis had Puig vier ionische zuilen gedacht. Een hommage aan Athene Nikè’s vierzuilige tempel op de Acropolis, maar vooral een reuzenversie van de Catalaanse vlag, de senyera. Vanaf achter het paleis moesten vijf gele en vier rode lichtbundels de senyera boven Barcelona uitstralen.

La Pàtria
Propaganda voor la pàtria (het vaderland), aan Puig kon je het overlaten. Zijn creaties (Les Quatre Gats, Casa Amattler, Casa Macaya et cetera) sierde hij steevast met minstens één beeltenis van Sant Jordi, de Catalaanse beschermheilige.
Josep Puig i Cadafalch (1867-1956)

De man was ook nog politicus. Kopstuk  van de Lliga Regionista (de eerste Catalanistische politieke partij) en vanaf 1917 voorzitter van de Mancomunitat. Feitelijk was dat orgaan een administratieve samenbundeling van de vier Catalaanse provincies. Toch ging het om de eerste vorm van Catalaans zelfbestuur sinds die vermaledijde Philips V daar in 1714 een einde aan maakte.

Oerconservatief
De Lliga wilde onder Catalaanse leiding de Spaanse economie moderniseren. Tegelijkertijd was de partij oerconservatief en vooral een instrument van de industriële bourgeoisie en de nieuwe zakenklasse.

Een dictator is de beste garantie voor Law and Order, orakelde Lliga-ideoloog Enric Prat de la Riba eens. Een sterke man zou het volk in toom houden en de Catalaanse cultuur in staat stellen zich te ontwikkelen in pais en vree.

Half september 1923 ontvangt de Lliga dictator Miguel Primo de Rivera dan ook met open armen. De partij heeft in de jaren daarvoor aan kracht en geloofwaardigheid ingeboet. De arbeiders emanciperen zich. Hun vakbonden zijn steeds sterker en ook beter georganiseerd, vooral de CNT, de vakbond van de anarchisten. Het grootste CNT-succes is de Canadenca-staking in 1919, die leidt tot de invoering van achturige werkdag in heel Spanje.

Oorlog
 Kort na deze staking wordt CNT-kopstuk Miguel Burgos doodgeschoten bij de Arc de Triomf. Het is het begin van drie jaar oorlog tussen door de werkgevers ingehuurde pistoleros en gewapende anarchisten. De strijd in de straten van Barcelona bereikt op 10 mei 1923 een dramatisch hoogtepunt. CNT-leider Salvador Segui, de grote man van de Canadenca-staking, wordt in El Raval geliquideerd.  Tien minuten eerder was hij nog aan het biljarten met een bevriende arbeidsadvocaat, Lluís Companys, de latere president van Catalonië.
 Enric Prat de la Riba: een dictator is de beste garantie voor Law and Order

Kortom, chaos alom. De Lliga huivert. De partij heeft Catalonië hoog in haar vaandel zijn, maar hoger staan Recht en Orde. Helemáál bovenaan: de Catalaanse zakenbelangen. En ook die hebben het zwaar te verduren. Zo dreigt de regering in Madrid dat jaar met verlaging de importbelasting om de Spaanse burgers te verleiden meer te consumeren.

Beweging voor mannen
Aan de vooravond van Primo´s coup zou volgens sommige historici de zaak beklonken zijn in een luxe hotel in Barcelona. Primo moet daar zijn manifest van de machtsovername hebben voorgelezen aan een gezelschap Catalaanse zaken-VIP´s en Lliga-prominenten, waaronder Puig i Cadefalch. De heren stemmen gaarne in met de ‘beweging voor mannen’, zoals Primo zijn redding van het vaderland noemt. Op voorwaarde van bescherming voor de Catalaanse industrie en meer autonomie voor Catalonië.
Brothers in Arms: Alfons (links) en Miguel.

Het blijkt een grote vergissing. Op 18 september al, vijf dagen na de coup, begint de door koning Alfons XIII gesteunde Primo met zijn verspaansing van Catalonië. De Catalaanse vlag en het Catalaans als overheidstaal gaan in de ban. Een verbod op het Catalaans in het onderwijs volgt. Zelf de toch zo onschuldige sardana mag niet langer worden gedanst.

In 1925 ontbindt Primo de Rivera ook de Mancomunitat. Puig y Cadafalch is dan al lang vervangen door een stroman van Primo. Zijn job bij ‘zijn’ expositie is hij ook kwijt. Mariano de Foronda, de baas van de trambedrijf en sinds 1916 markies, krijgt de zakelijke leiding. De nieuwe bouwmeester is Pere Domènech i Roura, zoon van Puig i Cadafalchs leermeester Domènech i Montaner. De ene Modernist zijn dood…

Magische Fonteinen
 
Uiteindelijk vindt het evenement pas plaats in 1929, als de Wereldtentoonstelling van dat jaar. Flink verspaanst uiteraard. Met een Plaza de España, een Poble Español en paviljoens met namen van Spaanse vorsten. Het allerergste voor de Catalaanse trots: de vier zuilen, het eerste wat Puig in 1919 bouwde voor de expositie, waren een jaar eerder vernietigd.
De vier zuilen in aanbouw...

Omdat Primo ze te Catalaans vond, beweren nationalisten altijd. Onzin, meent historicus Oriol Granidos, directeur van het Studiecentrum van de Montjuïc: de zuilen ontnamen het zicht op een van de latere ideeën voor de Wereldtentoonstelling, de Magische Fonteinen van Carles Buïgas. Uit de documentatie van de Wereldtentoonstelling blijkt dit volgens Granidos overduidelijk.
...en de vernietiging in 1928.

Puig i Cadafalch ging eind 1936 naar Frankrijk, kort na het uitbreken van de burgeroorlog. Op de vlucht voor de rode horden van anarchisten en communisten. Voor zijn vertrek ondertekende hij nog snel een steunbetuiging aan Franco - en met hem tal van andere Catalaanse prominenten.

 Voor zijn vertrek ondertekende Puig nog snel een steunbetuiging aan Franco

 Een citaat: Als Catalanen benadrukken wij dat ons land verder wil samen met de andere volkeren van Spanje, uit broederlijke liefde en vanuit het gevoel een gezamenlijke bestemming te hebben, dat allen verplicht bij te dragen met de grootst mogelijk opoffering aan de gezamenlijk taak van de bevrijding van de rode tirannie en het herstel van de grootse toekomst van Spanje.


Rode hordes

 In 1942 zien we patriot Puig i Cadafalch weer in Barcelona. De rode hordes zijn verslagen. Law en Order zijn hersteld. President Lluís Companys, in 1939 naar Frankrijk gevlucht, was al eerder teruggekeerd in Barcelona. Augustus 1940 was hij door de Gestapo opgepakt en aan Franco uitgeleverd. Na een proces van 45 minuten volgde op 15 oktober zijn executie; in het kasteel op de Montjuïch.  Josep Puig i Cadefalch leeft vredig door tot 1956, als president van het zeer patriottische Institut d’Estudis Catalans.

Lluís Companys in het Montjuïc-kasteel,  kort voor zijn executie.
 Restitutie, als een daad van historische rechtvaardigheid, van de vier zuilen omvergeworpen door de dictatuur in 1928 om hun symbolische karakter voor Catalonië 1919-2010.

Aldus de tekst van de inscriptie op de kopieën van de zuilen.

Nationalistisch sentiment en historische waarheid, ze gaan maar zelden samen.


Toen................. sinds 2010.
 
De vier nieuwe giganten staan iets hoger dan hun voorgangers, op het  - o, ironie! - Plaça del Marqués de Foronda.  In 2012 volgde een tweede inscriptie:  
Nationaal monument, als eerbetoon aan de patriottistische Catalaanse mannen en vrouwen van alle tijden.

Dat is dan wel weer mooi: Puig i Cadafalch blijft op de zuilen onvermeld. Historische rechtvaardigheid, kun je zeggen. Oude Wijsheid.



Het Plaza de España in 1928. Op de achtergrond staan de zuilen nog fier overeind.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

22-03-14

De standvastige watertoren van Poblenou



Hij heeft wel iets met water, Pere Falqués. Bedenker van de beroemde Canaletes fontein én van de watertoren in de wijk Poblenou. La Torre de les Aiguës del Besòs heet het ding voluit.
De toren is het laatste wat rest van Can Girona, een in 1881 opgerichte machinefabriek die tot de belangrijkste van Spanje behoorde.
Bouw van de toren, circa 1881.



De broers Girona waren al de tweede eigenaren van de watertoren, als opvolgers van een ander broederlijk duo, de Gasull Guixens. Deze ondernemers lieten de toren in de periode 1880-82 bouwen. Het plan was om met water uit de delta van de Besòs-rivier niet alleen Sant Marti de Provençals (toen nog een zelfstandige gemeente) van drinkwater te voorzien, maar ook de oude binnenstad en de Eixample.

Op een dag beklom hij wanhopig zijn toren en sprong naar beneden…

Hun in 1880 opgerichte Compañia de General de Aguas de Barcelona werd echter een fracaso. Het water dat door de leidingen omhoog werd gepompt en in het bassin van de toren terechtkwam, bevatte te veel zeewater en was dus te zout.

De oudste broer had al zijn spaargeld in het project zitten. Op een dag beklom hij wanhopig zijn toren en sprong naar beneden…

De toren in 1890, het laatste jaar van de  Compañia de General de Aguas.


De gebroeders Girona konden het hoge bouwwerk goed gebruiken voor hun fabriek. Can Girona,  later Macosa (Material y Construciones) geheten, sloot de poorten pas in 1992.

De fabriek werd gesloopt, maar de toren hield stand en is er nu misschien wel beter aan toe dan ooit. Het 62 meter hoge gevaarte werd de afgelopen jaren ingrijpend gerestaureerd en is vanaf vandaag, Wereld Waterdag, geopend voor het publiek.




BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!